is toegevoegd aan uw favorieten.

Van slaaf tot evangelist

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK X.

Petrus terug op Mansinam.

In 1896 kwam Petrus op Mansinam terug. Hij had flink zijn best gedaan op de kweekschool te Depok en zijn onderwijzers waren over hem tevreden. Het was geen wonder, dat hij feestelijk te Mansinam werd ontvangen. De Christenen te Mansinam waren blijde, datzijhem wederinhun midden hadden.

David en Lydia kregen hun pleegzoon weder in hunne nabijheid. Wat was daar een blijdschap in het huis van David en Lydia. De pleegkinderen schaardden zich om hem heen en bewonderden hem, alsof hij een bijzonder mensch was.

Met een glans van genoegen luisterden zij naar hem en hingen aan zijn lippen.

Hij had geleefd in een geheel andere wereld. Hij vertelde van wagens, die door vuur werden voortbewogen (vuurwagens, spoor); van wagens, die langs een lijn liepen (electrische wagens). Hij sprak van groote, mooie gebouwen en van dingen, waarvan zij nooit hadden gehoord. Telkens hoorde men den uitroep „Arao" (uitroep van verwondering).

Het was geen wonder, dat men hem vreesde, want in hunne oogen was hij een heele baas.

Hij kwam bij Zendeling Van Hasselt in huis en hielp dezen als onderwijzer in de school. Evenwel het doel was: Petrus onder de heidenen als Evangelist te plaatsen. Dat ging evenwel niet zqo gemakkelijk en vlug.

Thans zijn op Nieuw-Guinea zeer vele plaatsen, die gaarne een helper hebben, maar toen waren daar nog lang niet zooveel Christendorpen en wilden de heidenen van het Christendom nog niet veel weten.

De Zendelingen — Zendeling F. J. F. van Hasselt was ook te Mansinam en W. L. Jens sedert jaren te Knawe — dachten er over Petrus te plaatsen in een streek, niet ver van Mansinam, die Arfoe heet.

Doch eer het daar tot een vestiging kwam, zonden de bewoners van Doreh, tegenover Mansinam aan de vaste kust gelegen, een bamboe 'aan het adres van David, een teeken