is toegevoegd aan uw favorieten.

Van slaaf tot evangelist

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Papoea's zijn niet „hokvast". Zij hechten niet zooveel waarde aan de plaats, waar zij wonen. Zij zijn zwerfziek en de binnenlanders nog meer dan de strandbewoners. Bij ons is de verhuizing een heele gebeurtenis en menigeen denkt zuchtende aan de drukte en ellende, die zij mede brengt.

Papoea's bezitten, zooals wij hoorden, bijna niets en verhuizen is hun geen last.

Bij onderlinge twist gebeurt het niet zelden, dat men van elkander scheidt en men zich elders vestigt. Het beviel d£n lieden van Amban niet op de uitgekozen plaats en zij trokken meer landwaarts. Petrus trok mede. Het bleef eigenlijk een heen en weer trekken, dan was er dit, dan dat. Het spreekt van zelf, dat zulks niet gunstig werkte op den arbeid van Petrus. De school werd voorloopig opgeheven, want zoolang men bezig was met het bouwen der woningen, en men haastte zich niet, moest groot en klein medehelpen.

Helaas, de binnenlanders kregen met de strandbewoners twist. De pogingen om een verzoening te bewerken mislukten en van geregelden arbeid was geen sprake meer, want de bevolking werd onrustig en ongedurig en was meer van huis dan op de plaats der vestiging.

Daarom werd Petrus naar Doreh overgeplaatst. Hij zou daar als onderwijzer Zendeling W. L. Jens bijstaan en des Zondags, zooveel het mogelijk was, onder de Arfakkers godsdienstoefening houden. Enkele maanden ging dat goed. Helaas, in 1898 werd Nieuw-Quinea bezocht door een vreeselijke pokkenepidemie. Duizenden stierven aan de ziekte en hoewel in de buurt van Mansinam slechts een enkel geval voorkwam, de tijdingen over de hevigheid der ziekte en de veelheid der slachtoffers beangstigden de binnenlanders en zij vluchtten naar de bergen, hopende daar bevrijd te blijven van de ziekte. De bevolking van Amban vertrok en het werk onder haar moest Petrus tijdelijk geheel opgeven.

Gedurende den tijd dat Amban zonder volk was, bracht Petrus een bezoek aan Biak.

Zijn familieleden, die natuurlijk reeds lang wisten, dat hij weder in de buurt van Mansinam was, waren hem komen