is toegevoegd aan uw favorieten.

Kiekjes uit de Soendalanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPEELT GIJ MEE?

Ik zeide u, dat gij niet moet wenschen een Soendaneesch kind te zijn, omdat gij dan diep te beklagen zoudt wezen. Maar als gij nu eens die kinderen zaagt, dan vrees ik, dat gij het met mij niet direct eens zoudt wezen. Ziet gij dat groepje kinderen daar? Het zijn meisjes en jongens.

Zelden spelen zij samen, maar toch gebeurt het wel eens een enkele maal. De jongens hebben een doek om 't hoofd gebonden: een hoofddoek. Zij hebben een baadje of een jasje aan en een broekje, dat tot de knieën reikt. Daarover hebben ze een saroeng (rok). De meisjes dragen ook zoo'n rok en verder een jakje. Onder dat jakje dragen zij een driehoekigen doek met de punt om den hals en den breeden kant om de middel gebonden: een oto noemen ze zoo'n doek. Kleine jongens dragen ook zoo'n oto.

Hoor, één der kinderen zegt: „Laten we gaan spelen"! „Wat zullen we spelen"? vragen de anderen. „Ambilambilan" (een spel, waarbij voor de grap kinderen worden aangenomen), is 't nagenoeg eenparig antwoord.

„Wie zal dan de moeder wezen"? vraagt er een. De grootste, een meisje, genaamd Sabenah, wordt als „moeder"