is toegevoegd aan uw favorieten.

Kiekjes uit de Soendalanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoeken te voorschijn en blaffen de moeder aan. Deze gaat er nu van door, maar wordt achtervolgd door de kinderen, die haar knijpen tot zij net doet alsof zij huilt. Dan komt de grootvader en vraagt: „Waar heb je pijn"?

„Hier", zegt de moeder, „aan deze hand".

„Wie deed je pijn"? vraagt de grootvader dan.

Daarop wijst de moeder een der kinderen aan, dat op zijn beurt door den grootvader wordt gevat en gestraftx).

Dan is één spelletje uit en een nieuw wordt begonnen. Ge zult zien, dat gij ook dergelijke spelen speelt. Zijn de meisjes onder elkander thuis, dan spelen zij ook dikwijls winkeltje, net als gij, of ook wel geven ze elkander raadseltjes op, bijv. zooals deze:

„Hiroep lain koe njawa, leumpang lain koe soekoe," d. w. z.: Het leeft 2), maar heeft geen ziel; 't loopt, maar niet met de voeten (een klok). „Kadenge, karasa, tapi teu katendjo," d. w. z.: 't Wordt gehoord, gevoeld, maar niet gezien (de wind); of wel, en nu zeg ik 't maar in eens in het Hollandsch: 't Heeft een lichaam, maar geen voeten; 't heeft een hals, maar geen hoofd; 't heeft een hand, maar geen vingers (een steenen waterkaraf met een handvatsel).

Ook hebben de jongens hunne spelen, die weer veel op de uwe gelijken. Ze spelen wat graag „kat en muis", al noemen ze dat dan ook „vos en kip". Jongens zoowel als meisjes knikkeren ook heel graag, al doen ze dat weer

1) Het hier gegeven spelletje is gevolgd naar een lesje uit „Mangle", Soendaneesch leesboekje, door W. van Gelder.

2) De Soendanees zegt van een klok, dat zij „leeft" of dat zij „dood" is, als wij spreken over „gaan" of „stil staan".