is toegevoegd aan uw favorieten.

Kiekjes uit de Soendalanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEDULD DES GELOOFS

Gij hebt allen wel eens een landman zien ploegen, eggen en daarna zaaien, nietwaar? Hebt ge wel eens op zijn gelaat gelet, als hij na afloop van dat zaaien huiswaarts keerde? Stond het, als van een, die uitgeput is van het werken en die denkt: „misschien is alles, wat ik nu deed, voor niets gedaan"? Weineen, het stond blijde! Blijde, omdat de arbeid was verricht en hoopvol, omdat die landman den akker niet aanzag als een stuk zwarte aarde, maar als zag hij reeds den oogst rijpen en als was hij reeds bezig hem in te halen. Maar als in den zomer de zon schroeit op de velden en de regen uitblijft, zoodat het graan verdort eer het gerijpt is, of wanneer hagelslag en onweder zijn hoop vernietigen,dan staat zijn aangezicht droevig en hopeloos.

De evangeliedienaar is ook een landman, wilt ge: een knecht van den Hemelschen Landman; maar een echten knecht, d. i. één, die niets liever wil, dan de heerlijkheid van zijn Meester. Welnu, als hij zaait, dan staat ook zijn gelaat hoopvol en blijde. Als hij 't Evangelie maar mag verkondigen, dan is hij reeds gelukkig, want hij weet: straks zal dat evangelie-zaad ontkiemen en halmen opwaarts

6