is toegevoegd aan uw favorieten.

Kiekjes uit de Soendalanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men had hem verteld, dat het opvolgen dier voorschriften de menschen in de toekomst kan zalig maken. Maar hij zeide, dan moest daarvoor het bewijs in dit leven voorhanden zijn. Want iemand, die zulk een groote zaligheid zal ontvangen, moest dan nu daarover wel reeds zeer blij „zijn. „Maar," zoo zeide Ismaël, „alle menschen, die de „geboden niet volbrengen en die ze wel volbrengen, zijn „even bevreesd voor den dood en de eeuwigheid; en boven„dien, de eersten zoowel als de laatsten bedrijven evenveel „zonde; er is tusschen die beiden geen verschil."

Dat was toch zeker niet zoo dwaas geredeneerd en de zendeling verbaasde zich dan ook over deze verstandige taal.

Ismaël vroeg hem ook naar de beteekenis van die stem, die hij gehoord had. De zendeling vertelde hem, dat het best kon zijn, dat die stem werkelijk geschied was, maar in elk geval wilde God hem zeggen, dat hij zijn zondigen weg zou verlaten en den weg der zaligheid zoude zoeken. „Dat heeft nog niemand mij ooit gezegd", zoo zeide Ismaël, en duidelijk bleek het, dat de woorden van den zendeling grooten indruk op hem hadden gemaakt.

Na een gesprek van drie uren keerde Ismaël huiswaarts, nadat hij de belofte verkregen had van den zendeling, dat deze hem denzelfden avond nog bezoeken zou in zijn huis. Dit geschiedde; en den volgenden dag bezocht Ismaël weer den zendeling, nu met zijn vrouw, die Moerti heette. Ook de schrijver van den heer Coolsma was nu met zijn vrouw bij het bezoek tegenwoordig.

Van 's middags vijf tot 's avonds elf uur bleven zij