is toegevoegd aan uw favorieten.

Kiekjes uit de Soendalanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leerden hem, dat hij maar goed braaf moest leven, dan zou alles wel terecht komen. Maar daarmede had hij geen vrede. Hij had ook wel gehoord, dat, wanneer hij maar Mohammedaan werd, dan de vrede voor zijn hart wel komen zou, maar als hij vroeg aan de Mohammedanen naar dood en eeuwigheid, en naar verlossing van zonde, dan wist niemand hem een goed antwoord te geven. Eens liep hij aan den oever der rivier, en daar zag hij een bootje, dat losgeraakt was, en een speelbal was van stroom en golven. Zie, zoo dacht hij, ik ben net als dat bootje, ik heb ook geen vasten grond om te ankeren en weet den weg niet om vrede te krijgen. Ik ben net als een verdord blad, dat, van den boom gevallen, wordt meegevoerd, waarheen de wind het voeren wil.

Wel vier jaar had hij nu al gezocht naar den waren

godsdienst, doch dien niet gevonden. Toen besloot hij eiken

morgen en avond in zijn huis wierook te branden en te bidden tot dien God, dien hij zocht en niet kende.

Op zekeren dag moest hij naar een dorpje, niet heel ver van Indramajoe, Karang-Ampel geheeten. Toen hij in 't dorpje was, zag hij daar een Hollander, die in den Bijbel las. Ang Boeng Swi vroeg hem, wat voor een boek dat was en nu vertelde deze heer hem, dat hij las in den Bijbel, „het Boek van de Hollanders". Ook vertelde hij aan onzen vriend van den godsdienst der Hollanders. .,Vreemd", zeide Ang Boeng Swi, „ik meende, dat de Hollanders geen godsdienst hadden". Nu evenwel zou hij gaarne meer van dien godsdienst willen weten.