is toegevoegd aan uw favorieten.

Kiekjes uit de Soendalanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen",zeide hij, „waarom zou ik bang wezen: ik weet, dat de Heere Jezus mijn Heiland is. Hij heeft al mijn zonden op Zich genomen"'.

Ik vroeg aan Mega, hoe hij dat wist. „Wel", antwoordde hij, „uit Gods Woord".

„Maar mijnheer", vertelde hij mij verder, „de Heer heeft mij bovendien lieflijk willen vertroosten. Eenige dagen geleden zat ik hier in de veranda en kreeg een visioen. Ik zag zes mannen met een doodkist komen om den hoek der school. Zij zetten de kist neer en grepen mij aan, om er mij in te leggen. Ik gaf een schreeuw en kwam tot het bewustzijn terug. Kort daarop viel ik in eenzelfden toestand van wakend droomen. Nu zag ik den Heere Jezus komen lanö - denzelfden weg, waarlangs daareven die mannen met de doodkist gekomen waren. De Heere Jezus kwam naar mij toe, en mij naderende, klopte Hij mij op den schouder en zeide: „Wees maar niet bevreesd".

De Heere Jezus, mijnheer, heeft voor mij overwonnen".

Kort daarna is Mega heengegaan in dat vaste geloof, dat hij nog bij zijn bewustzijn zijnde, zoo menigmaal beleden had, dat hij tot bijna aan zijn dood toe verkondigde aan de Christenen van Goenoeng Poetri, groot en klein, in kerk en school, met zooveel trouw, dat ik niet twijfel, of de Heere Jezus heeft ook tot hem gezegd, toen hij aankwam na aardsch lijden in den hemel der heerlijkheid: „Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u zetten".

Wie kreeg de kroon ?