is toegevoegd aan uw favorieten.

Kiekjes uit de Soendalanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wensch ik U niet te antwoorden". Dat was een zeer juis antwoord, en de spotter zweeg dan ook terstond.

Djoni is altijd een goedige en blijmoedige jongen gebleven, en toen ik hem later te Buitenzorg bij mij kreeg, om hem den laatsten tijd, voordat hij examen moest doen als onderwijzer, nog te onderrichten, hebben we op les wat dikwijls om zijn aardige uitvallen gelachen. Maar behalve dat hij grappig was, was hij toch ook ernstig, en toen hij in de gemeente te Buitenzorg belijdenis des geloofs aflegde met zijn vrienden Moesa en Elias, was hij de ernstigste van de drie. Hij was ook de minst knappe in rekenen en allerlei andere leervakken, maar hij kon het aardigst uit den Bijbel vertellen aan de kinderen en aan de heidenen en Mohammedanen.

Toen hij nu eindelijk helper was geworden, werd hij geplaatst te Garoet bij Zendeling Hoekendijk. Daar ging het minder goed met hem: Zendeling Hoekendijk had nog al eens verdriet van hem. Waarom, dat kan ik u nog niet zoo goed vertellen, maar 't was goed, dat hij werd verplaatst naar een stillere omgeving. Hij werd toen onderwijzer en Evangelist dicht bij Tjigëlam en kwam zoo weer in een van mijne gemeenten.

Daar was hij niet lang meer alleen. Zijn pleegvader Abedmega verhuisde in 1906 nog eens weer en nu naar Goenoeng-Poetri, waar hij, zooals ik vertelde, in 1908 in den Heer ontsliep op nog vrij jeugdigen leeftijd.

Nu woonde er op Goenoeng-Poetri een Inlandsche Christen die Cefas heette. Deze Cefas had een dochter, Satinëm