is toegevoegd aan uw favorieten.

Van een Papoesch slavenkind

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dien eenzamen hoek. De heidensche mannen en vrouwen, de weinige Christenen, allen waren druk.

Wat er te doen was? Wel een klein scheepje, voorzien van twee masten, was de baai binnengeloopen.

De lading bestond uit door Papoea's zeer begeerde goederen. Rood en blauw katoen, messen, bijlen, lampen en allerlei. De bemanning werd gevormd uit menschen van het eiland Ternate en een enkelen Papoea.

De handelaar was zelf ook op Ternate geboren.

Hij was niet veel, maar verbeeldde zich heel wat. In zijn eigen land werd hij met een „schuin oog aangezien", maar hier in den vreemde verbeeldde hij zich een koning te zijn. Hij liet zich noemen Baba la Hamma. Als een pauw stapte hij langs het strand. Met een lang wit overkleed aan, een witten hoofddoek om het haar, sandalen aan de voeten, liep hij in het volle besef van zijn waardigheid rond.

De' Papoea's zagen met groote oogen tot hem op, maar begeeriger nog sloegen zij hunne blikken op de goederen. Wat een rijkdom was daar in dat scheepje! Zij wisten wel, dat Baba la Hamma tegen de zeer begeerde paradijsvogels, die een hooge waarde hadden, zijn goederen zou inruilen of verkoopen.

Schuchter en bedeesd kwam deze en geene met zijn vogels te voorschijn. Hoewel zij het niet durfden zeggen, waren zij vast overtuigd, dat hij geen te hoogen prijs zou bieden — maar de begeerte om de goederen te bezitten, deed hen besluiten tot den verkoop maar over te gaan.

Met strak gelaat en breed gebaar nam Baba de vogels en bekeek ze, legde ze achteloos neder en noemde de waarde.