is toegevoegd aan uw favorieten.

Napoleon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl zij den deurklopper wilde doen nedervallen, deed zich binnen geschreeuw en luid geroep hooien.

De vensters werden geopend en er werd om hulp geroepen. De oude mevrouw de Blécourt verscheen in nachtgewaad op het balkon en zwaaide krampachtig met de armen.

Tegelijkertijd wierp een rood licht zijn weerschijn op den gevel van het naburige huis. Zwarte rookwolken drongen door de open ramen en lange vlammenspitsen kronkelden over de daken.

„Brand! brand!" schreeuwde Catherine, „en de deur

wordt niet geopend.'

De bedienden, die geheel het hoofd verloren hadden, liepen al schreeuwende en om de sleutels roepende door het huis. Eindelijk openden zij de deur en liepen de straat op.

Eenige buren, uit den slaap opgeschrikt, kwamen toeloopen, maar reeds had Catherine zich moedig in het brandende huis gewaagd.

Het gevaar trok haar aan en zij zeide tot zichzelve, dat

hier menschenlevens te redden waren.

Zij drong door den rook heen, terwijl zij zich door het volle schijnsel van het licht liet leiden. Op de eerste verdieping stond de deur van eene kamer open.

Zij liep binnen en riep: „Slaapt hier iemand?

De rook belette haar voort te loopen. Niemand antwoordde. Plotseling kleurde een helle vlam de kamer purperrood. Catherine slaakte een kreet van schrik. Op het bed uitgestrekt lag Beaurepaire, schijnbaar in slaap, bewegingloos.

Zij liep op hem toe.

„Kommandant, spoedig, sta op! Sta op, er is brand, riep zij.

De kommandant verroerde zich niet. De kamer was weder donker geworden. De rook werd steeds dichter en dichter.