is toegevoegd aan uw favorieten.

Napoleon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werp van eenen krijgstocht door Perzië naar Indië, was in hem opgekomen, waartoe hij aan Tippo-Saib eenen brief van den navolgenden inhoud zond: „Gij zult reeds onderricht zijn van mijne aankomst aan de oevers van de Koode zee met een talloos en onoverwinnelijk leger, hetwelk van begeerte brandt om >u van het ijzeren juk der Engelschen te bevrijden. Ik haast mij u mijnen wensch te kennen te geven dat gij mij over Mascate of ,Mekka tijdingen nopens uwen staatkundigen toestand doet toekomen. Het zou mij zelfs zeer aangenaam zijn, indien gij een schrander man naar Suez of Caïro bij mij zondt, die uw vertrouwen bezit en met wien ik een gesprek zou kunnen houden."

Dit schrijven bleef onbeantwoord. Het was den 25n Januari 1799 gedagteekend, en het rijk van Tippo-Saib ging korfc daarop ten gronde.

Bonaparte kwam, in het midden van Februari, vóór ElArisch aan. Dit fort kapituleerde den 16n Februari, na eene volledige nederlaag der Mamelukken. Zes dagen later opende Gaza mede zijn poorten.

Toen men in den omtrek van Jerusalem kwam, en aan Bonaparte de vraag gedaan werd of hij geen lust gevoelde die stad door te trekken, antwoordde hij met nadruk: „Volstrekt niet! Jerusalem ligt niet ïn mijne operatielijn. Ik wil met geene bergvolken in moeielrjke streken te doen hebben, en bovendien zou ik aan de andere zijde door eene talrijke kavallerie .aangetast worden. Ik reikhals niet naar het lot van Crassus."

Den 6n Maart werd Jaffa stormenderhand ingenomen en aan plundering en moord prijsgegeven. Bonaparte zond zijne adjudanten Beauharnais en Croisier om de woede der soldaten te beteugelen. Zij kwamen juist nog tijdig genoeg aan, om het leven te redden van vier duizend Arnauten of Albanezers, die een deel der bezetting uitgemaakt hadden