is toegevoegd aan uw favorieten.

Napoleon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de voorzitter, de heer de Fontanes, ondanks het gemor van de meesten zijner ambtgenooten, het oude formulier van allergetrouwste onderdanen" liet invloeien. Eenige dagen later werd het door Chaudet uitgevoerde standbeeld van Napoleon in de vergaderzaal der afgevaardigden ingewijd, en de heer de Vaublanc, Questor van dit staatslichaam, die bij deze gelegenheid, in tegenwoordigheid van den Keizer, de Keizerin en groote ambtenaren van het Rijk, het woord voerde, zeide o.a.:

Gij hebt een standbeeld bestemd voor den doorluchtigen vorst, wiens stellige en standvastige wil dit groote werk heeft doen voltooien. Toen eerste Consul, thans Keizer der Franschen, vertoont hij zich in den tempel der wetten, het hoofd met dien lauwerkrans versierd, waarmede de pverwinning het zoo dikwerf omgeven heeft, terwijl zij hem het hoofdtooisel der koningen voorspelde."

Daarna zeide Fontanes o.a.: Geen sidderende slaver1, geen gekluisterde volken vernederen zich aan de voeten van dit standbeeld, maar eene edelmoedige natie ontwaart in hetzelve met genoegen de trekken van haren redder.'

Napoleon had ondertusschen begrepen dat de bloei van Frankrijk voor alles een duurzamen vrede, een waren Europeeschen vrede, waarvan Engeland niet uitgesloten bleef, vereischte. Terwijl hij daarom het weinige gevolg vergat, hetwelk eenmaal de brief van den eersten Consul aan den Koning George III had gehad hernieuwde hij als Keizer zijne vredelievende pogingen bij dezen vorst. ,,-Mijn Heer Broeder!" schreef hij hem o.a.: op 2 Januari 1805. „Ik acht het geen schande den eersten stap te doen; ik geloof aan de wereld genoeg bewezen te hebben, dat ik geen wisselvalligheden van den oorlog vrees, en hij levert voor mij ook niets op wat ik te duchten zou hebben. De vrede is de wensch van mijn hart; de oorlog is voor mijn roem nimmer nadeelig geweest, enz., enz."