is toegevoegd aan uw favorieten.

Napoleon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEE EN VIJFTIGSTE HOOFDSTUK.

Hoe Oostenrijk zijn trouweloosheid tegenover Napoleon boette. — Veldtocht van 1809. — Wagram. Lannes, de groote Maarschalk, sneuvelt.

Bij zijn terugkeer van Bayonne in Augustus 1808, was Napoleon onderricht dat Oostenrijk, welks houding gedurende den veldtocht tegen Pruisen zeer dubbelzinnig geweest was, kwaadwillige gezindheid jegens Frankrijk liet blijken. Hij verklaarde zich daaromtrent onbewimpeld tegen den gezant dier Mogendheid, Graal Metternich. De gezant gaf te kennen dat de wapening, door de Fransche regeering vernomen, slechts verdediging ten doel had. Napoleon deed hem opmerken hoe onaannemelijk deze verklaring was, daar Oostenrijk geen grond tot ongerustheid had, en ei niet het minste bewijs van aanval bestond. „Ik geloof wel," voegde hij daarbij, „dat uw Keizer den oorlog niet verlangt; ik verlaat mij op het woord, hetwelk hij mij, tijdens onze samenkomst, gegeven heeft. Hij kan geen wrok tegen mij voeden. Bijzondere kuipereien sleepen u mede, waarheen gij niet gaan wilt. De Engelschen en hun aanhang schrijven al deze verkeerde maatregen voor; zij juichen reeds in de hoop van Europa andermaal in vlammen te zien." Metternich volhardde in het loochenen van de vijandigé oogmerken zijner regeering. Later, toen Napoleon wegens de verkregene