is toegevoegd aan uw favorieten.

Napoleon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koelbloedig aangestoken, brand heeft durven voegen! Die barbaar. Het is hem niet genoeg de arme kinderen, wier voornaamste voogd hij is, benevens twintig duizend gekwetsten, welke de Russische armée aan zijn zorgen heeft toevertrouwd, te verlaten: vrouwen, kinderen, grijsaards, weezen, gewonden, alles wordt door hem aan een mededoogenlooze vernietiging gewijd! Hij meent den Romein tespelen, en is niets dan een waanzinnige barbaar!"

Den volgenden dag kwam de directeur van het vondelingenhuis om den keizer bedoelden brief voor te leggen. Deze brief bevatte tevens een soort van vredesvoorstellen; want hij eindigde aldus: „Mevrouw! Keizer Napoleon ziet met leedwezen onze hoofdstad bijna geheel vernield door middelen, welke, zegt hij, niet die zijn, welke men in een eerlijken krijg aanwendt. Hij schijnt overtuigd, dat, indien niemand zich tusschen hem en onzen Keizer inmengde, hun oude vriendschap weldra hare oude rechten zou hernemen, en al onze rampen doen eindigen."

Napoleon bepaalde zich niet bij deze, onder zijn invloed betuigde gevoelens. Hij schreef zelf aan Alexander, door middel van zekeren Jakoleff, die naar St. Petersburg afreisde, en den 4den October besloot hij een officieëlen stap ie doen, terwijl hij Lauriston naar het hoofdkwartier van Kutusow zond. Deze verklaarde echter, dat hij niet in onderhandeling kon treden, noch den onderhandelaar verder laten reizen, zonder eerst daartoe de machtiging van zijn gebieder te hebben verkregen. Hij zond tot dat einde Vorst Wolkonski naar den Keizer.

Gedurende deze voorbereidende pogingen en afgelegen zendingen, die veel tijd weg namen, raakten de hulpbronnen, welke de brand gespaard had, uitgeput; het' Russische leger scheen het Fransche binnen Moskou te willen insluiten; de kozakken plaagden hen van alle kanten, en het ongunstig jaargetij naderde, zonderdatde onderhandelingen geopend waren.