is toegevoegd aan uw favorieten.

Napoleon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uur reed de Keizer nog de wachtvuren rond, om zelf de vijandelijke linie te verkennen, en zijn berekeningen voor den volgenden dag te maken. Om middernacht was hij in het kasteel terug, doch voor zich ter ruste te begeven, gaf hij aan Berthier zijn bevelen, die terstond aan al de opperbevelhebbers werden gezonden, opdat ieder hunner van den vroegen morgen af, gereed zou zijn het genie van den Keizer te ondersteunen tot het winnen van den tweeden slag, waarop men zich voorbereidde.

Inmiddels had een korps Oostenrijkers, van de verslagenheid hersteld en begunstigd door den nacht, een onverhoedschen aanslag op de Plauensche Poort beproefd. Het vond er echter generaal Dumoustier en kolonel Cambrone: Dumoustier, wien het been verbrijzeld werd en die nog strijden wilde; Cambrone, die de aanvallers een heel bataillon en een vaandel ontnam.

Deze aanval deed zien dat de bondgenooten, door den slag van den 26sten zoo in wanorde gebracht, zich nog niet als overwonnen beschouwden. Napoleon had dit voorzien toen hij 's nachts aan al zijn chefs dringende orders had gezonden. Den 27sten, zes uur 's morgens, reed de Keizer bij hevigen plasregen de Freybergsche poort uit, om het vechtterrein nogmaals te onderzoeken. Op de hoogte vóór zich zag hij dra een gaping. Het Oostenrijksche korps van Klenau had nog niet de ervoor bestemde plaats bezet. De Keizer gelastte dadelijk Murat en Victor tegen dat punt op te rukken en den vijand voor te komen. Te negen uur waren zij meesters van die stelling; doch in het centrum was men een hevige kanonnade begonnen, en de artillerie was hoofdzakelijk daar werkzaam. Het was hier, waar de soldaat aan de hardste wetten der nieuwe taktiek werd onderworpen, hier bleef hij uren lang blootgesteld aan de kanonskogels, welke de beide liniën elkander onophoudelijk toezonden.