is toegevoegd aan uw favorieten.

Onthullingen uit de vrouwenkampen in Zuid-Afrika

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Raadgevingen.

Daar Lord Milner zoo vriendelijk was mij zijn toestemming te geven, om verscheidene kampen te bezoeken en onderstand te verleenen aan hen, die ze behoefde, zoo neem ik de vrijheid u de volgende punten in overweging te geven als zijnde m. i. dringend noodige verbeteringen:

In overweging nemende, de verbittering, die gekweekt wordt door een maanden lange gevangenschap bij deze arme vrouwen; de onvoldoende voorraad voedsel, alsmede de moeilijkheid, om in een behoorlijk aantal tenten of andere schuilplaatsen te voorzien, in overweging nemende de moeilijkheid der transporten en het voor de gezondheid zoo schadelijke leven in deze kampen, zoo ook de jongste mededeelingen hier omtrent in 't Lagerhuis gedaan, ben ik zoo vrij voor te stellen:

1°. Dat het aan allen, die nog kunnen, zal worden veroorloofd heen te gaan;

o. degenen, die, hoewel zelf arm, vrienden of bloedverwanten bezitten in de KaapKolonie ;

b. degenen, die voor zich zelve kunnen zorgen;

c. degenen, die een verblijf hebben op 't land of in een der steden;

d. moeders en vaders, die van hun kinderen gescheiden zijn, na hen eerst in staat gesteld te hebben, hun verlaten kroost weder te vinden.

2°. Dat de overigen vrij in en uit het kamp kunnen gaan om werk te zoeken.

3". Dat allen gelijkelijk worden behandeld, 't zij de vader der familie te velde isgevangen genomen of gedood.

4". Dat er niet meer menschen in een kamp verblijf mogen houden, dan het bevatten kan en een inwonende opzichter wordt aangesteld, of ieder, die er dicht bij woont vrije toegang wordt gegeven.

5°. Dat, in overweging nemende de ontelbare moeilijkheden bovengenoemd en de al reeds zeer groote overbevolking dezer

kampen, geen vrouwen of kinderen meer mogen aangevoerd worden.

6". Dat, daar de meeste dezer menschen vrouwen zijn en gezien het goede voorbeeld te Port Elizabeth, wij veel goeds verwachten van een geregelde organisatie, onder liet oppertoezicht van een bejaarde verstandige vrouw,die beide talen, Engelsch en Hollandsch vloeiend spreekt.

7°. Dat, in aanmerking genomen den toestand der spoorwegen en de groote behoeften aan brandstof, een nieuw kamp zal worden gevormd in de Kaapkolonie, meer nabij de voorraadschuren, waar weldadige hulp gemakkelijker is te verleenen.

8". Dat vooral de huishoudelijke toestand dezer kampen veel verbetering eischt en ook kleeding en schoeisel dringend noodig is, doch daar dit alles alleen kan worden geregeld door groote oplettendheid en oprechter toewijding, zoo is het m. i. noodig, dat zes vertegenwoordigers van verschillende Engelsche philantropische vereenigingen, voorzien van altijd geldige passen, onder bescherming van den Hoogen Commissaris geheel boven achterdocht verheven, hier zullen arbeiden, terwijl alleen aan't gouvernement verantwoording schuldig zal zijn.

9°. Dat naar de rapporten van den dokter zal worden geluisterd, omtrent den gezondheidstoestand van de kinderen in 't kamp te Bloemfontein.

10°. Dat den vrouwen, die eenig werk in deze kampen verrichten, dadelijk zal worden toegestaan, elders heen te gaan. Hare gezondheid lijdt onder de voortdurende inspanning. Allen zijn eerwaardige vrouwen.

Op verzoek van den heer St. John Brodrick werden deze raadgevingen aan het ministerie van oorlog toegezonden. Ik zelf zou er gaarne eenigen bijvoegen, welke ik persoonlijk van groot belang acht en die ongelukkig werden weggelaten.

11°. Dat zorg zal worden gedragen, dat de steeds aangroeiende onbeschoftheid der Kaffers, die blanke vrouwen in zulk een vernedering zien, niet zoo ver ga, dat dit ras zich als haar meerdere zal gaan beschouwen.