is toegevoegd aan uw favorieten.

Onthullingen uit de vrouwenkampen in Zuid-Afrika

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Echtgenoot in 't kamp. Nooit vocht hij, of was op commando. Toen de oorlog uitbrak, was hij in de Kaapkolonie (zoowel hij, als zijn vrouw zijn geboren Britsche onderdanen) en ofschoon een burger van den Vrijstaat werd 't hem niet toegestaan, naar huis terug te keeren, maar bleef negen maanden in de Kaapkolonie. Bij de eerste proclamatie haastte hij zich naar zijn vrouw en leefde rustig van 5 Juni tot 3 Februari 1901, maar bevond, dat de Britsche troepen alles hadden vernield, behalve een latafel. Zij woonden in het ledige huis tot een kolonne kwam en hun vier uur tijd gaf, zich klaar te maken. Alles wat hun aan voorraad restte, werd medegenomen zonder betaling. Kwamen hier met alles wat hun gelaten was, n.l. een naaimachine, een latafel en een kleine tafel. De vrouw is zeer zwak en niet bestand het zware lot te dragen.

Rantsoenen: '/< pond vleesch; 1 pond meel, 1 ons koffie, 2 ons suiker, Va ons zout om den anderen dag, 1—3 aardappelen per tent, al naar de grootte; beurtelings werden daar uien voor gegeven.

Brandstof: Twee kleine hoeveelheden dun hout, de eene 14, de ander 18 cM. lang, nauwelijks genoeg om één ketel water op te koken.

1. Mrs. G.

2. Hoenderkop, dist. Winburg.

3. Acht kinderen van 14 tot 2 jaar.

4. Echtgenoot gevangen genomen te Paardenbergj weggevoerd naar St. Helena.

5. Sedert 9 November in 't kamp.

6. Gedwongen te komen. Zij vertelde, dat men voor 5 maanden geen gewapende Boeren zag. Op den 27™ Augustus trok een commando haar boerderij voorbij. Zij gaf voedsel en nam gewonden in haar huis, om die te verplegen. Een maand daarna 1 Oct., ging zij naar Winburg om voorraad te koopen en daar werd ze gevangen genomen. Alleen haar oudste kind (een meisje van 14 jaar) was bij haar. Luitenant D. zond dit kind naar de boerderij terug onder de zorgen van twee gewapende inboorlingen met bevel de rest van de familie bij hem te brengen en niets anders. Zij gingen haar kinderen met den wagen, waarmee zij gekomen was, halen.

Afschrift van het bevelN". 4276. Winburg, 1 Oct. 1900.

Breng vandaag Miss G. (klein meisje) met twee Kaapsche wagens en drijvers (twee inboorlingen) van Winburg naar Hoenderkop en zend ze morgen terug. Enz.

F. P. D., 2e Luit.

Asst. Provost Marshal.

Luitenant L. nam den wagen en de paarden, gaf geen ontvangbewijs voor den wagen. De paarden waren £ 40 waard en hij gaf een bewijs voor slechts € 14. Deze vrouw

werd een maand te Winburg gevangen gehouden, niet in haar eigen huis maar in dat van haar broeder. De kinderen kwamen tot haar, maar al dien tijd wilde noch Luitenant L., noch Majoor O'L., (wien ze, zooals Miss E. C., als zeer ruw beschrijft), haar toestaan haar kleederen te gaan halen. Zij had slechts weinig geld, en werd genoodzaakt daarvoor kleeren te koopen. Te huis had zij overvloed van geld, maar wist niet, hoe zij er om zenden zou.

Na een maand in Winburg te hebben vertoefd, werd haar plotseling aangezegd, dat zij vertrekken moest. Er werd haar geen tijd gelaten iets bijeen te pakken, zoodat ze thans alles verloor. Toch moesten zij drie uur met vele anderen aan 't station wachten in de brandende zon, verboden werd naar binnen te gaan. Partijen van 22 menschen werden in beestenwagens geladen, die niet eerst behoorlijk gereinigd waren. Te Smalldeel werden ze overgepakt in een vleeschwagen, meer dan 22 personen moesten daarin slapen. Om 5 uur in den morgen bereikte men Bloemfontein en om 11 uur het kamp, na een reis van 24 uur zonder voedsel of een teug water. Te Winburg had men een bete broods meester kunnen worden. De andere gevangenen gaven een weinig water, toen zij aankwamen.

8. -9. Ze weet niets van haar hofstede.

10. Overvloed van geld thuis, niets heeft ze hier.

Mrs. G. sprak met veel waardeering van kapitein M. van de lmperial Yeomanry.

Deze logeerde eenigen tijd in haar huis en was zeer vriendelijk.

16 maanden geleden zag zij voor 't laatst haar echtgenoot.

Haar dochter ligt voor de derde maal in 't hospitaal, 't kind heeft de typhus. De kinderen lijden allen aan de maag; kleederen dringend noodig-

1. Mrs. G.

2. Potchefstroom.

3. Drie in Kimberley bij haar. Een meisje van 20 jaar was ziek in Potchefstroom aan roodvonk; zij werd van haar weggevoerd en het meisje bleef alleen in 't huis, alleen en ziek. De moeder heeft niets van haar kind gehoord sedert dien tijd, d. i. 23 Sept.

4. Echtgenoot op commando.

5. Weggedreven van haar huis door gewapende Kaffers; naar Johannesburg gebracht en dan na acht dagen reizens in een ossenwagen bereikte ze Kimberley, in lompen en zeer behoeftig. Er was toen daar geen kamp, waarom zij bij vriendelijke menschen in de stad werd ondergebracht, waar zij blijven kon. Haar schoonzuster kwam ook hier met zes kinderen, het zevende bracht ze hier ter wereld en noemde het Smartrijk.