is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis in beknopten vorm

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deden met hunne handlangers een aanval op Gajus Gracchus en de zijnen, waarbij hij om het leven kwam.

§ 20. MARIUS EN SULLA.

De verdorvenheid der optimaten bleek ook uit den krijg tegen Jugurtha, koning van Numidië, die zich wist te handhaven, omdat gezanten en veldheeren zich lieten omkoopen. Hieraan kwam een einde, toen Marius, die niet tot de Optimaten behoorde, maar alle rangen in het leger had doorloopen, tot consul gekozen werd. Hij dwong Jugurtha, Numidië te verlaten (106).

Grooter naam verwierf Marius nog door het verslaan der Kimbren en Teutonen. Deze zwervende volksstammen maakten een geduchten indruk op de Romeinsche soldaten. Hunne forsche, half naakte gestalten, de ruige lokken en groote snorrebaarden, vooral het schrikverwekkend gehuil, dat zij bij het begin van het gevecht uitstieten, deden hunne bestrijders reeds vóór den slag sidderen. Onderscheidene legers hadden zij verslagen, maar toen de Teutonen zich gereed maakten in Italië te vallen, werden zij in 102 bij het tegenwoordige Aix, in Provence, door Marius vernietigd. In het volgende jaar ondergingen de Kimbren hetzelfde lot.

Van 90 - 88 had Rome te strijden tegen zijne Italiaansche Bondgenooten, met wier hulp het zoo machtig geworden was. Zij verlangden aandeel in het bestuur des rijks, en toen dit geweigerd werd, stond half Italië op. Rome eindigde den opstand, door toe te geven.

Pas was dit gevaar geweken, of in het Oosten vertoonde zich een nieuwe vijand. Het was Mithradates, koning van Pontus. Hij vond steun bij de bevolking van Klein-Azië, welke den Romeinen een vreeselijken haat toedroeg wegens de voortdurende afpersingen, waaraan zij blootstond. Sulla werd door