is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit de diepte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en vluchtten de kinderen zoo ver mogelijk weg. Maar zoo erg als t in de laatste weken geworden was! Nu hadden ze zelfs geen woning meer. Vader was in een kosthuis gegaan en daar werd aan moeder en de kinderen uit medelijden toegestaan te vernachten onder het afdakje op de plaats! Dat was ten minste een nachtverblijf — maar wat voor een! iemand, die eenig hart had voor zijn beesten, zou er zijn hond niet hebben laten slapen. Want als het regende — en dat heeft het van 't jaar nog al eens gedaan — stroomde het water langs het schuine dakje en lagen moeder en de kinderen gewoon weg in een plas water te slapen. Hoe hun kleëren er uit zagen, als men hun vodden kleeren mag noemen, dat behoeft men niet te vragen.

Was er dan geen uitkomst? Het oudste meisje van zestien jaar we zullen haar Kaatje noemen — dacht hier dikwijls over. Zou er niemand zijn die hun helpen kon? Toen dacht ze aan de „zusters" van den Barmhartigheidspost. Ze was daar ééns geweest in den tijd, toen 't nog niet zoo ver met hun gekomen was, in den tijd toen ze nog ueeren had. Toen was ze op een avond met een vriendinnetje, dat op een fabriek werkte, meegeweest op een „avondje voor fabrieksmeisjes." Wat was dat prettig geweest! er was zoo mooi gezongen, en een van de zusters had voorgelezen en verteld. En hoe vriendelijk waren de zusters geweest! Ja, als iemand hun zou willen helpen dan zouden het zeker de zusters zijn! Dus - naar de zusters zou zij gaan en hun alles vertellen.

Zoo gedacht, zoo gedaan. En toen ze alles verteld had, zijn de zusters dadelijk aan 't werk getogen, en hebben de noodige stappen gedaan om hulp te krijgen van het Arm bestuur, van den Voogdijraad, enz.