is toegevoegd aan uw favorieten.

De leerstellingen van het Leger des Heils

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dit-was het waarachtige licht, hetwelk verlicht een iegelijk mensch, komende in de wereld." Joh. 1: 9.

illl „En Petrus, den mond opendoende, zeide: Ik verneem in der waarheid, dat God geen aannemer des persoons is; maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam." Hand. 10 : 34—35.

15. Zijn de heidenen in even gunstige omstandigheden om genade te ontvangen, als zij die het Evangelie bezitten?

Zekerlijk niet. Daarom is het onze plicht om hen zonder uitstel te trachten te bereiken.

16. Dan is het van groot gewicht, dat wij die gered zijn, de roepstem van den Geest gehoorzaam zouden zijn, en dat wij tijdig en ontijdig arbeiden om de tegenkanting der zondaren te overwinnen en hen tot God te brengen?

Zonder eenigen twijfel, en als wij het niet doen, zullen wij zeker verantwoordelijk gehouden worden voor hun verderf. O laat ons bidden en spreken, en de menschen opzoeken en aansporen, opdat op den laatsten grooten dag hun bloed niet op ons hoofd kome.

„Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen en blaast niet met de bazuin, zoodat het volk niet is gewaarschuwd, en het zwaard komt en neemt een ziel uit hen weg, — die is wel in zijne ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal ik van de hand des wachters eischen." Ezech 33 : 6.