is toegevoegd aan uw favorieten.

Broederschap met noodlijdenden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Kort daarna kwam een tatsoenlijk werkman aan ons Reddingsliuis vragende of men hem aldaar ook aan een vertrouwbaar persoon kon helpen, die de zorg voor zijn huis en kinderen op zich nemen kon, wijl hij en zijn vrouw dagelijks naar de markt waren om hun goederen te verkoopen. Wij spraken hem van Dina. Hij ging naar de Barmhartigheidszusters, was voldaan over hetgeen hij omtrent Dina hoorde en nam haar in zijn huis. Haar leven en getrouwheid voldeden dezen man en vrouw zoodanig, dat later toen Dina met haar kindje uit het ziekenhuis terugkwam, zij blijde waren hen beiden opnieuw in hun huis te ontvangen.

«Alles ging voor een tijdje goed. De Barmhartigheidszusters bezochten Dina geregeld om haar te helpen en'aan te moedigen.

«Toen het kindje ongeveer twee maanden oud was, begon Dina te klagen, dat zij zich niet wel gevoelde, olschoon men niet zeggen kon, dat haar iets in het bijzonder scheelde. Ten laatste werd de dokter geroepen. Hij vond niets van ernstigen aard, doch daar zij volhield, dat zij zich zeer ziek gevoelde, gaf hij haar een kaart voor het ziekenhuis.

«Daar zij te zwak was om te loopen, werd er kennis gegeven aan de bevoegde personen aldaar, dat zij gehaald moest worden. Dit werd door hen vergeten.

«Arme Dina zat den ganschen dag voor het vuur, te ziek om zich te bewegen. Een man, die binnenkwam voor zaken, keek haar aan en zeide: «Vrouw, gij zijt stervende! Is uwe ziel bereid om voor God te verschijnen?"

«Toen de man en zijn vrouw des avonds thuiskwamen en Dina nog steeds op dezelfde plaats vonden, begrepen zij op eens en voor het eerst, dat Dina werkelijk zeer ziek moest zijn. Zij lieten een rijtuig komen en nadat zij Dina en haar kindje daarin geplaatst hadden, namen zij ook zelf plaats en vergelelden haar naar het ziekenhuis. Daar aangekomen was Dina reeds overleden.