is toegevoegd aan uw favorieten.

Broederschap met noodlijdenden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Het arme, zwakke, kleine kindje "was alleen in de wereld. «Niemands kindje.»

«De menschen in het ziekenhuis namen haar binnen en Dina's lijk werd naar de naburige stad gezonden om geschouwd te worden.

«Dat doode lichaam zelfs behoorde aan niemand, uitgezonderd aan dat teere kindje; doch wat wist zij daarvan?

«Het armbestuur, de bijzonderheden van de geschiedenis hoorende, deed een berotp op het Leger des Heils om het kindje te nemen, daar wij de eemge menschen waren, die de moeder gekend hadden en de hand naar haar hadden uitgestoken.

«Men hoorde, dat er nog een familielid van de overledene ergens in een klein

dorpje was. Men schreef aan haar, doch deze vrouw antwoordde, dat zij slechts een tante van Dina was, dat zij moeite genoeg met haarzelf had en zich niet kon inlaten met dit kindje. Ook scheen zij volkomen onverschillig over den dood van Dina.

«Het kindje werd naar het Reddingshuis gebracht, — waarlijk «Niemands kindje» doch bemind en verzorgd door de meisjes daar; in het bijzonder zij, die zeil het pad der zonde gekend hadden met al de gevolgen er aan verbonden, redenden het zich een voorrecht en vreugde te mogen zorgen voor deze verlatene kleine, zoo zwak en teer voor haar leeftijd,

('Niemands kindje,» wach'te daar in vreedzame, onschuldige onwetendheid, wijl anderen de zaken overwogen en trachtten haar toekomst te regelen. Juist op dit tijdstip, toen zij ongeveer 6 maanden oud was, een zeer teer en zwak schepselije, ontving ik een brief van een van onze Officieren, mij zeggende, dat christen-vrienden, dicht bij hun korps wonende, zonder kinderen van hen zelve, zeer gaarne een klein meisje, niet ouder dan 6 maanden, zouden willen aannemen, hetwelk zij volkomen als hun eigen zouden willen beschouwen en wenschten groot te brengen en op te voeden voor God alleen.