is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Bethel-boek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar om tot een prediker te zijn in een andere en hoogere beteekenis:

« dat gij nu mede gebouwd wordt, mede vernieuwd, tot een woonstede Gods in den geest; want Gods gebouw zijt gij. »

Hoe zou het te betreuren zijn, als gij een andere tegenstelling gingt vormen : een nieuwe Kapel, maar oude en onbekeerlijke zondaren, die niet vernieuwd willen zijn.

Alsdan zou — en ik kijk er die dwarsbalken weêr op aan — het woord van den profeet Habakuk in vervulling treden : « de steen uit den muur roept, en de balk uit het hout antwoordt dien » Hab. 2 vs. 11.

Laat het zóóver niet komen.

Ach, met fraaie tempels bouwen wij nog het Godsrijk niet op... 't moeten tempelen worden niet met handen gemaakt; elke menschenziel is een tempel, waarin

Gods Geest wil wonen; Gods gebouw zijt gij.

*

* *

Toch danken wij God, dat deze Kapel er staat.

Deze Kapel met haar fraaie, toch niet overladene fagade, een sieraad voor deze Chaussée, en uitlokkend om binnen te gaan.

Die facjade met kostbaarder ^briques de parement" (gevelsteen) dan op het bestek aangegeven was, maar het kon niet anders.

Des te beter, vrienden! gij die binnentreedt gaat niet achteloos die ingebeitelde ■>/?e/Ae/-inscriptie, en dat hardsteenen Kruis in de facade voorbij: want zij roepen u fluisterend toe: door het Evangelie zijt gij, hier binnentredende, « komende tot den gekruisten Jleere Jezus, »als tot een levenden steen, van de menschen wel »verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar.