is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Bethel-boek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine stipje van het heelal, dat wij aarde noemen, en voor ons, nietige, zondige mcnschen, mensch werd?

Maar nog een andere vraag doe ik.

Wordt de monsclnvording van Gods Zoon niet iels minder onbegrijpelijk, als wij zien, dat deze aarde, waartoe Ilij in Zijn liefde zich nederbnigt, Hem niet vreemd is, maar een deel is van Zijn eigen schepping?

De Christus vóór Zijn mensclnvording!

Nog rest ons een andere vraag. Welk verband mogen wij aannemen tusschen dezen Christus en de menschheid ? Is er zulk een verband ? En dan vloeit van zelf uit die vraag een andere voort: zou de Zone Gods ook mensch zijn geworden, buiten den zondeval om?

Zonder het te kunnen bewijzen, maar wat door mij als uitvloeisel beschouwd wordt van wat ik boven heb gezegd omtrent het zich verhouden van den Zoon van God tot de schepping, is dit, dat, als in het scheppingsverhaal God zegt: laat ons menschen maken naar ons beeld, die meervoudsvorm niet maar is een meervoudsvorm van majesteit. De levende God spreekt tot zich zeiven — goed ! Maar de Zoon is in den Vader! God schiep den mensch naar het beeld van den Zoon Gods, Zijn idéaal, die zelf het uitgedrukte beeld des Vaders was.

Mozes, het scheppingsverhaal neerschrijvende, heeft natuurlijk dat niet zoo gezien. Maar in het licht, dat wij bezitten, lezen wij dit in dat woord Gods.

De betrekking dus tusschen den Zoon van God en den mensch begon niet in Bethlehem, maar bestond reeds vóór het paradijs. Er is een oorspronkelijke verwantschap tusschen Hem en ons geslacht.

En nu de andere vraag: zou de Zone Gods ook mensch zijn geworden buiten den zondeval om?

Ziet men in Jezus niet meer dan het Lam der ver-