is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Bethel-boek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't hem in handen... en wilde er niet meer meê te doen hebben. —

Genoeg voor het doel van dit opstel.

Een goed colporteur is een groote schat voor 't werk der stads en landsevangelisatie.

Niet ieder kan 't zijn, ook al is hij een geloovig man. Men moet daarvoor aanleg hebben en takt verkrijgen. Maar die 't is, of er zich voor aanmeldt, moet zijn een jongeling of man, die zich geheel geeft aan den Heer in de eerste plaats, maar dan ook aan zijn volk. Hij moet vol geloof zijn, maar ook vol liefde. Hij moet vol ontferming zijn, met barmhartigheid bewogen over de schare, die geen herder, geen kennis heeft. Hij zij moedig en' onversaagd; niet overmoedig, maar bedachtzaam .... traag tot toorn, en bereid om smaad te dragen, desnoods zijn leven te stellen voor de broederen...

Hij moet de H. Schrift, die hij aangrijpt, zelf hennen en liefhebben, en niet alleen zijn marsje, zijn tasch openen, maar de schatten van zijn practische kennis des woords en der menschenkennis.

Hij moet aanhouden ten tijde en ten ontijde, bij nacht of bij dag, al naar dat de gelegenheid zich voordoet: dat laat zich niet berekenen, dat wijst zich van zelf aan... als de drang van binnen er maar is en de liefde van Christus maar dringt.

Dan maar moedig voort!

Niet gezien op de uitwerking, maar op het werk alleen. Niet ontmoedigd op de tegenwerking, hoe groot die ook zij, maar stil voortgezaaid met tranen... Die vóór ons zijn, zijn meer dan die tegen ons zijn, en God is met ons, de Heer is met zijn Woord en Geest in 't werk.

Niet eerst gezien hoe de wind staat, hoe de wolken drijven... er op uitgegaan : is 't niet de zaaitijd, de April-