is toegevoegd aan uw favorieten.

Dienen en wachten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor lichamelijke nooden en zwakheden.

In Romeinen 8 : 11 is ons gezegd dat de Heer reeds onze sterfelijke lichamen levend maakt door Zijnen geest d.w.z. door hun van Zijn leven mee te deelen. Waar geen gezonde levenswijze, zelfs niet het beste dieet ons lichaam in een goeden staat houden kan, kan de geest van Christus, als Hij in de menschen woont, ook aan het lichaam krachten verleenen, die niet uit de natuur zijn, maar uit het heiligdom komen. Dat hebben reeds vele kinderen Gods ervaren, naar het voorbeeld van den Heiland, die ook eens moede en hongerig bij de bron nederzat, en dien de jongeren na zijn lang gesprek met de Samaritaansche vrouw zoo gesterkt, terugvonden. Jezus kon in waarheid zeggen: „Mijne spijs is dat ik doe den wil desgenen, die mij gezonden heeft." Velen onder ons zullen voorzeker dezelfde ervaringen hebben opgedaan. Zij hebben geene kracht en toch wachtte hen eene taak, die geen uitstel lijden kon. Zij hebben evenals in zijn tijd Abraham, niet gezien op hun sterfelijk lichaam, maar zijn voorwaarts gegaan met een blik vol geloof op Hem, Die het lichaam kan sterken, opdat het niet ineenzinke. Als de geloovige Christen wandelt als ware hij de woonstede van den Heiligen Geest en zich stelt onder zijne tucht en leiding in het diepe bewustzijn van eigen onvermogen en machteloosheid, maar met een duidelijk begrip welke de wil Gods is en welke de taak, die Hem gesteld is, dan heeft hij vasten .grond onder de voeten. De dienstknecht kan er op rekenen dat zijn meester, als Hij een dienst van hem verlangt, ook het vermogen en de lichamelijke kracht er voor, aan hem schenkt. De geest Gods doordringt alles, ook onze sterfelijke lichamen. Hij