is toegevoegd aan uw favorieten.

Midden-Celebes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»kan een schade worden aangericht, die in geen eeuwen te «herstellen is. Worden zij daarentegen goed gebruikt, dan «zullen zij tot de heerlijkste in de geschiedenis der «Christenheid behooren.«

Deze woorden zijn waard gelezen en herlezen te worden. Sober zijn ze, omdat ze zoo volkomen waar en zoo diep ernstig zijn. Wij staan voor overweldigende feiten, die de Christenheid onzer dagen tot zelfbezinning dwingen, opdat zij zich rekenschap geve van hare wereldomvattende roeping en taak. Er is een gelegenheid aangebroken om het Evan» gelie te prediken als nimmer te voren. Dat wil niet zeggen, dat alle niet*Christelijke volken thans heilbegeerig vragen om de prediking van het Evangelie. Maar wel, dat de volken van het Oosten ontwaken uit een slaap van eeuwen, en dat er daardoor roering en gisting is. Het oude be* vredigt niet langer; zij vragen naar iets anders en beters. Zij zien, dat de Westersche volken hen vooruit zijn en zij willen den achterstand inhalen. De groote vraag is nu of zij met de Westersche beschaving ook het Evangelie van Jezus Christus zullen ontvangen, waaruit die beschaving is voortgevloeid. Aan de vruchten zullen zij niets hebben, wanneer zij den boom niet bezitten, waaraan die vruchten alleen kunnen rijpen. Er is nu een vragen — en wij Christenen hooren daarin een vragen van het menschenhart naar den levenden God. Zal de gemeente van Jezus Christus antwoord geven op dat vragen? Zal zij het eenige antwoord geven, dat bevredigen kan? Zal zij den eenigen troost brengen in leven en sterven? Zullen die volken iets bemerken van die gemeente? Zal zij zich openbaren, zij die hemelsche schatten kan schenken?

Die vragen zijn van aangrijpenden ernst. Beseft de ge* meente van onze dagen hare roeping in de wereld? Gaat er kracht van haar uit? Draagt zij het woord van den eeuwigen God? Zal zij, die het eeuwigheidswoord spreekt, beslag leggen op de harten, richting geven aan de geestes» stroomingen? Hoe verschrikkelijk zou het zijn, als zij deze gelegenheid verwaarloosde, als zij zich deze eens liet ont* glippen. Nu nog, zoo heeft Mott eens gezegd, zijn de volken als kneedbaar gips; straks zal het gips weer hard worden; dan is de gelegenheid om invloed te oefenen voorbij.

De Nederlandsche afgevaardigden ter Edinburgsche Con* ferentie stemden van harte in met de slotsom, waartoe zij kwam. Van onze zendingsterreinen in Nederlandsch Oost»