is toegevoegd aan uw favorieten.

Midden-Celebes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schillende voorteekenen af te leiden. De zielestof kan in allerlei gedaante verschijnen, bv. als regenworm of als slang, als vuurvlieg of als muis. De zielestof wordt het lichaam uitgedreven vooral door schrik, ook door een sterk ver» langen naar iemand. Het droomen geldt als een der beste bewijzen, dat de zielestof het lichaam uitgaat; zij waart dan rond en ziet alles, wat er zooal in het droomenland te zien is; daarom wordt groote waarde gehecht aan droomen.

De zielestof van dieren is gelijkwaardig aan die van den mensch. Dit blijkt uit tal van verhalen, die onder het volk leven. Vooral de krokodil speelt een belangrijke rol bij de Toradja's. De krokodillen treden op als wrekers der goden; zij vallen de menschen aan, die iets op hun ge* weten hebben. Op reis zijnde mag men niet dan in zeer hoffelijke bewoordingen over krokodillen spreken. Vooral in de beenderen, het bloed en het speeksel der dieren zit veel zielestof.

Ook de planten hebben zielestof, die gelijkwaardig is aan die van den mensch. Planten met taaie levenskracht bevatten de meeste zielestof. De wijze, waarop de rijst, het voorname voedingsmiddel, behandeld wordt, is in dit op* zicht zeer leerrijk. Onder de boomen is het vooral de kokos* palm, die een persoonlijke zielestof bezit.

Uit het gebruik, dat men er van maakt, blijkt dat ook voorwerpen zielestof kunnen bezitten. Zij worden dan ook gevoed, bv. het landbouwgereedschap. Men draagt harde voorwerpen, of laat ze de kinderen dragen, opdat hun zielestof even hard worde als die der voorwerpen.

De Toradja's kennen verschillende namen van goden en geesten, maar veel meer kennis dan de namen alleen is bij het gewone volk niet aanwezig. De rechte kennis is meer het bizonder eigendom der priesteressen. In den vroegeren tijd was er meer verkeer tusschen goden en menschen, maar de goden hebben zich hoe langer hoe meer

terug getrokken.

Er zijn ook goden van lageren rang en geesten, die op aarde wonen. Daar weet het volk meer van, want die be* volken de toppen der bergen en de bosschen, of wel zij wonen in de rivieren. Aan deze goden en geesten worden offers gebracht om ze te vriend te houden; doet men het niet, dan heeft men niets dan kwaad te vreezen.

Het meest wordt echter gerekend met de geesten der afgestorvenen. Bij het overlijden van den mensch gaat zijn ziel naar het schimmenrijk onder de aarde. Zoolang echter