is toegevoegd aan uw favorieten.

De merkwaardige geschiedenis van het Leger des Heils

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liepen door het volk beleedigd en gesmaad te worden; iedere hand was tegen haar geweest, maar nu waren zij ieders vriend, omdat in den eindeloozen strijd tusschen goed en kwaad haar eenige wijze van vechten had bestaan in het voortgaan in volkomen geloof en trouw aan den Meester, die Zijne volgelingen had opgedragen: „Hebt uwe vijanden lief, zegent hen, die u vervloeken, doet wel dengenen die u haten, en bidt voor degenen, die u geweld doen en die u vervolgen". Zij glimlachen, als men haar vraagt, of iemand haar nu nog wel eens beleedigt en zeggen dan op hare kalme, bedaarde wijze, die het gevolg is van volkomen zelfovergave. „Wel neen; alleen de kleine jongens zijn soms wel eens wat

lastig". . . .

Daarna klopten wij aan de deur van een klein huisje,

staande tegenover een hoogen, blinden muur. Van de stoep trad men onmiddellijk het woonkamertje binnen. Daarachter was een soort bijkeuken en boven waren nog twee kamers, die elk afzonderlijk kleiner waren dan een kleedkamertje in de huizen der niet-armen. De mooiste bovenkamer was verhuurd; de beide andere kamers werden bewoond door een oude vrouw, van bijna tachtig jaar en haar zoon, reeds een man van middelbaren leeftijd, maar geestelijk nog een klein kind. Toen wij binnentraden, had de vrouw een kaal, gescheurd kleedingstuk voor zich op tafel liggen, waaruit zij een broek voor haren zoon trachtte te knippen. Alles zag er zeer armoedig uit; de tafel, een kastje, een paar stoelen en een klein veldbed onder het raam was al het huisraad, behalve enkele kopjes, potten en borden, die in de keuken zouden gestaan hebben, als die er geweest was. De beide bewoners van het vertrek hadden waarschijnlijk meerdere malen op het punt gestaan den hongerdood te sterven dan zelfs velen van de armsten onder de Londensche armen, want zij ontvingen geen bedeeling. „Uw zoon moest naar een gesticht", had men haar gezegd, en toen zij met van