is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrouwen- en bedeelden-kiesrecht in de Ned. Hervormde kerk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij zijn hun broeders, die de heerlijke taak mogen vervullen om hun arme broeders en zusters te steunen en te helpen met hetgeen door de gemeente om des Heeren wil voor de nooddruftigen wordt verzameld.

2e. „De bedeelden", zeggen de tegenstanders, „zijn bijna altijd arm geworden door hun eigen schuld. Zij zijn te lui om te werken of zij hebben verkwist hetgeen zij verdiend hebben. En de zoodanigen zijn niet de gewenschte of bevoegde personen, die een beslissing bij een stemming hebben te geven". Het is waar, dat er gevallen kunnen zijn, die uitsluiting rechtvaardigen. Maar is armoede altijd eigen schuld ? Zal dan onze kerk den rechtvaardige met den goddelooze op gelijke wijze behandelen? Wij gelooven toch in een God, die het goddelooze Sodom wilde sparen, indien er tien rechtvaardigen gevonden werden.

3e. „De bedeelden", zeggen de tegenstanders, „zijn niet onafhankelijk, niet vrij. Er bestaat gevaar, dat Diakenen pressie op hen zullen uitoefenen bij het uitbrengen van hun stem". }) Dit argument is een klap in het aangezicht van onze broeders Diakenen, waartegen wel eens luid geprotesteerd mag worden. Wie onder ons onze broeders Diakenen tot zoo iets in staat acht, die zegge het! Bovendien zijn in onze gemeenten vele lidmaten in allerlei opzicht onzelfstandig en door allerlei oorzaak onvrij. En nu is het toch hard, dat alleen zij niet mogen stemmen, die niet vrij zijn door stoffelijke behoeftigheid. J)

4e. „Voor een kleine gemeente", zeggen de tegenstanders, „kan het kiesrecht der bedeelden een groot gevaar zijn. Het kan zijn, dat er weinig stemgerechtigden zijn en een vrij groot aantal van hen bedeeld

Handelingen van de Synode 1917 blz. 311,