is toegevoegd aan uw favorieten.

In dras en slijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit schrijven brengt ons tevens, waar wij zijn willen: bij de vruchten van dezen arbeid. Want 't gaat toch om de vrucht. Evenals met allen ai beid in Gods Koninkrijk, is het een zaaien in hope, een zoeken van het verlorene, een terechtbrengen van het afgedwaalde, opdat het weder kome, waar het wezen moet. Wat dit werk betreft, wordt bedoeld niet alleen de in zonden levenden terug te voeren in de maatschappij, maar vooral en in de eerste^ plaats terug te voeren aan Gods liefdehart. Het Nachtwerk van „Jeruel is geen maatschappelijk werk, geen werk der humaniteit in de eerste plaats. Neen, het gaat vóór alle dingen om de zielen der diepstgezonkenen, opdat zij komen tot het nieuwe leven in Christus Jezus. Het is om hunne bekeering te doen.

En laat ons beginnen met te zegcen, dat deze arbeid geen ploegen op rotsen is, dat er vrucht aanschouwd wordt. Dit kan trouwens ook niet anders. De broeders en zusters wijzen voortdurend zoowel op het vreeselijke der zonde in de oogen Gods en de smart daardoor aan Zijn Vaderhart veroorzaakt, als op den éénigen weg ter ontkoming: Jezus Christus. Zij gelooven, dat de Heiland gekomen is ook om prostituees te zoeken en zalig te maken. Daarom zijn zij uitgegaan in de heggen en stegen, en daarom staan zij sterk en doen zij blijmoedig dit werk.

Er is vrucht aanschouwd, zeggen wij. Er zijn verschillende diepgevallenen niet alleen teruggekeerd in een welgeordende samenleving, er zijn er die de goede belijdenis hebben gedaan, die beleden hebben dat zij den Heiland toebehooren.

En als wij dit ter neder schrijven, dan weten wij, dat er zullen zijn, die achter deze woorden een vraasrteeken zullen plaatsen en bedenkelijk hun schouders ophalen. Velen hechten zoo weinig waarde aan zulke belijdenissen en zeggen, flat het niet goed is, ,,zoo maar belijdenis te doen."' Gaarne stemmen wij liet toe, dat er velen zijn, die ,.zoo maar belijdenis doen Wij denken bijv. aan die breede schare van duizenden jonge menschen, die jaarlijks in de verschillende kerken belijdenis doen. Ach, hoe weinig zijn de meesten zich bewust van wat zij belijden ! 't Is hier de plaats niet om over belijdenis doen uit te weiden. Alleen willen wij er op wijzen, dat er alle grond is om te gelooven, dat zeer vele meisjes, die door het Nachtwerk van .,Jeruel' uit een poel van zonden en ongerechtigheid verlost werden, van ganscher harte de goede belijdenis gedaan hebben en . . . dit toonen door een godzaligen wandel.

Nog slechts kort geleden werd de broeder, die door den Heer bij het noodzakelijke van dezen arbeid bepaald werd, door een meisje staande gehouden, met de vraa°"

.. o

„Mijnheer, mag ik u dit voor het werk in de Zandstraat geven?"

En het meisje gaf f 10.

\\ie zij was? Een meisje, die zelve in de beruchte straat in de vreeselijke zonden geleefd had, doch op de Nachtsamenkomsten in het hart gegrepen was en verlossing in het bloed des kruises gevonden had. Sedert twee jaren heeft zij haai zondig leven verlaten en als dienstbode geeft zij alle reden tot tevredenheid. Zij is dankbaar, uit haar vorigen wandel