is toegevoegd aan uw favorieten.

In dras en slijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omgeving ben, is het alsof God mij is tegengekomen en mij zegt: , Tot hiertoe en niet verder." O, ik durf niet langer te wachten, ik zal mij als zondaar aan den Heere Jezus geven en pleiten op Zijn genade. Ik beloof plechtig, dat ik naar mijn schip ga en voor mijn kooi op mijn knieën zal zinken en 'roepen om genade, en niet te zullen rusten vonr ik weet vergeving van zonden te hebben ontvangen en een nieuw leven te zijn begonnen.''

Dit was een heerlijk oogenblik. Na een paar dagen is zijn schip vertrokken en nooit meer is iets van hem noch van zijn schip vernomen; hel was zijn laatste reis!

Evenals' vorige jaren, werd ook nu weder ter gelegenheid van hel Kerstfeest een buitengewone Nachtbijeenkomst gehouden. Aan de meest trouwe bezoeksters der samenkomsten waren uitnoodigingen uitgereikt. De kleine zaal van ,,de Klok" was ook nu voor deze bijeenkomst bestemd. Telkens werd een kloppen op de deur gehoord en liet de dorpelwachter de kloppenden binnen. Zoo kwamen er niet minder dan vijf-en zeventig bezoeksters, en er waren 80 uitnoodigingskaarten uitgereikt! Dat cijfer 75 had dus heel wat te zeggen, en had men al de vrouwen, die men gedurende den tocht van den avond in het donkerst Rotterdam ontmoette (wij spreken hier alleen van de Zandstraat en aangrenzende straten), dan was de zaal te klein geweest. Dit getal is niet te bepalen. Treurig voorwaar.

Daar zaten zij dan bij den Kerstboom, die 75 diepgevallenen, kenbaar aan hun haartooi, hun lichte kleeding, hun onbeschroomden blik. Er waren zéér jonge meisjes en er waren er die al een behoorlijken leeftijd hadden. Doch laten wij geen verdere beschrijving geven. Alleen zij gezegd _ en dit zegt zooveel — dat zij zich hier op hun gemak gevoelden.

Er werd gebeden en gezongen. Velen kenden de liederen. Wat zal er in menig hart wel zijn omgegaan bijv. onder het zingen van „Er ruischt langs de wolken" of ,,Eere zij God". Want, helaas, ook zij die als kinderen de Zondagsschool bezochten of die als onderwijzeres of helpster de Zondagsschool hebben gediend, verdwaalden in de Zandstraat. Die meene te staan, zie toe flat hij (of zij) niet valle en wie zonder zonden is, neme eerst den steen op om die naar dezulken te werpen.

Die enkele traan, die werd weggepinkt, getuigde toch zeker van berouw. Wat zal ,er wel zijn omgegaan in het hart van haar, die zoo nu en dan haar gelaat in haar zakdoek verborg? Arme ziel, dachten wij. En toen er lichtbeelden vertoond werden en daarbij op zoo uitnemende en heerlijke wijze de geschiedenis verhaald werd van een gevallen meisje, toen was het alsof men deze of gene als 't ware hoorde zeggen: zoo ging 't ook mij. En telkens als iemand sprak, werd er aandachtig geluisterd.

Hoe menigeen had misschien vroeger als kind ook onder den vellichten Kerstboom gezeten of aan haar moeder's schoot van 's Heilands geboorte hooren vertellen. En nu? Ach, hoe geheel anders is hun heden. Wie zal ons zeggen, hoe gaarne velen met het leven der zonde wel zouden wdlen breken,' maar niet kunnen. Want de zonde is een macht. En toch, het Zandstraat-werk getuigt, dat de macht der zonde zwicht voor de macht deiliefde Gods, dat menige boetvaardige zondares een Magdalena is geworden.