is toegevoegd aan uw favorieten.

In dras en slijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een oude kellner uit de Vierwindenstraat is aan het woord, een klein, oudachtig mannetje, aangeduid als een die vroeger een verstokte dronkaard en godslasterlijke zondaar was, en zei:

„Al wat ik heb, dat heb ik van mijn Vader, en al wat ik doe, dat doe ik voor mijn Heer. En wat 't mooiste is, broeders ik hou óver. Ja, ik hou over! — En wat was 'k een leelijke zwerver vroeger; al wat ik verdiende ging na Janmaat, en toch kende ik den Heer van kindsbeen af. Maar ik werd gestuurd van 't kassie na de muur, al maar door mekaar geslingerd; — 't werd welletjes langzamerhand, want als dat zoo nog een paar jaar met me was voortgegaan, dan was 't voor goed mis geworden. En Jezus is er meê uitgeschejen. Nou ben ik Zijn trouwe dienaar, en nou heb ik altijd zat in overvloed. In vier weken heb ik geen cent verdiend, en ik heb toch genoeg, want ik heb nou altijd een Baas, en die woont hierboven. Ik heb brood zooveel we maar lusten, en moeder de vrouw zet nooit de pot leeg op, en morgen is 't weer waschdag, en dat gaat alles maar z'n gangetje, en als één van de broeders of zusters 't soms niet heeft, dan kan ie bij mij altijd nog wel 'n happie vinden . . . ."

Vriendelijke lezer en lezeres, wij stemmen u toe: dit is niet de taal van een welopgevoed man, maar 't is ongekunstelde taal, taal uit het hart, dat zich niet anders uiten kan en toch zijn dankbaarheid wil uitspreken. Wij zouden het onnatuurlijk vinden wanneer zulk een man anders sprak, 't Is een ruwe diamant, 'die in de werkplaats van „Jeruel" bewerkt wordt.

Niet alle in deze bladzijden beschreven huizen veroorloven zich de weelde er „heusche kellners" op na te houden, die een frak dragen en een laag uitgesneden vest, die bij het onberispelijk witte boord een dito strikje hebben en de scheiding van het haar in het midden dragen. Zulke kellners zijn in de Zandstraat witte raven; maar ze zijn er toch. In de meeste huizen treft men een knecht of bediende aan, dikwijls in een boezeroen of overhemd de klanten bedienend; hier is het de „baas" zelf, die het doet, daar de „juffrouw", terwijl elders de bezoekers maar naar buffet of toonbank loopen om wat te gebruiken. Of de consumptie van de beste is? Wij durven het niet zeggen, ook niet van wat verkocht wordtin de zoogenaamde zuur- en eier- en vischhuizen. Toch hebben deze laatste drukke nering, zoo bijv. de vischwinkel (waar ook oliekoeken gebakken worden), waar een verbazend groot fornuis midden in ,,de zaak'' staat, en waar heele schelvisschen en andere visch in groote braadpannen in de olie liggen te braden, heel vertrouwelijk naast een pot met olie voor oliekoeken. De vloer rondom het fornuis is met olie doortrokken en de oliegeur (!) vervult het heele vertrek, 't Schijnt een goed zaakje De baas is vriendelijk tegenover .de broeders en zusters, en met een zekere hartelijke vertrouwelijkheid vertelde hij, dat zijn gezin weer met een kleintje vermeerderd was, dat zijn vrouw wel zwak, maar naar omstandigheden wel was. En wat was zijn 13- a 14jarig dochtertje, dat ook al meehielp, blijde met het nieuwe broertje! En hoe vriendelijk keek ook zijde Jeruel-vrienden aan!

Vindt men niet overal kellners, muzikanten des te meer. Onze lezers