is toegevoegd aan uw favorieten.

Afscheidspreek te Amersfoort op 22 jan. 1911 en intreepreek te Haarlem op 29 jan. 1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paulus' hart is vol zorg. Vele gevaren bedreigen de gemeente. De apostel noemt ze. Hij zegt: „Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen, en uit uzelve zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen om de discipelen af te trekken achter zich."

Wij zullen niet lang stilstaan om te onderzoeken, welke gevaren Paulus hier bedoelt. Voldoende is erop te wijzen, dat er gevaren dreigen van buitenaf, „zware wolven, die de kudde niet sparen" — vijandschap, verzoeking, haat, welke de gemeente in de weelderige wereldstad Efese omringen.

Maar ook in den boezem der gemeente deugt het niet. Paulus waarschuwt voor de „mannen, die zullen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich". Efese was zoo'n wonderlijke stad; allerlei geestelijke beschouwingen, van Joodsche, zoowel als heidensche oorsprong, werden er gevonden en drongen ook binnen in de gemeente. De eenvoudigheid en zuiverheid van het Evangelie liepen gevaar onder te gaan in allerlei dwaling en ketterij. Mannen zullen opstaan; zij behoorden tot de gemeente, namen misschien wel een voorname plaats in; toch dwaalgeesten. Paulus is er zoo bang voor als voor den dood. Is het wonder, dat de apostel bij zijn afscheid nemen bezorgd is en met bezwaard hart heengaat?

Wat zal er van de gemeente worden ? Wat zal de tookomst brengen ? O, als de gemeente maar op haar hoede is. Als de opzieners maar het gevaar zien. „Daarom waak t". Ziet toch toe! Weest wakker! Sluimert niet in!

Gemeente, ik ben geen Paulus, ik weet het. En toch kan ik Paulus zoo goed begrijpen.

Mijn afscheid is ook niet zonder zorg. Laat ik daarom in deze laatste ure u mogen vermanen.

Gevaren zijn er ook voor u! Wolven, die zullen inkomen en de kudde niet sparen. Zij sluipen rond in allerlei secten en kringen om u heen. Zij breken uit in ons groot wereldleven met zijn materialisme, stofvergoding.

Hier slepen zij heel een arbeidersstand onder de roode vaan; ginds grijpen zij een heel stuk van ons volk door genot en wellust; elders vermoorden zij zielen met plat ongeloof en zedeloos leven.