is toegevoegd aan uw favorieten.

Toespraken van H. Dallmeyer en anderen, gehouden op de Conferentie in de Weteringkerk te Amsterdam, 1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l)s. Smitt zei zoo aardig: „Gelooven is zeer, zeer goed van God denken". Vertrouwen in den levenden God.

Laten we vooral de zonde niet zoo klein achten. Velen zeggen in onze dagen: „Zonde is gebrek. Wie heeft er geen gebreken? Alleen de mensch Jezus Christus was zonder zonde." Maar ik vraag u wie den moed heeft te zeggen: „Ik ben rein van zonden"? De zonde is uit den duivel. Die de zonde doet is een dienstknecht der zonde. Als we dat nu zien bij 't licht van 't Woord van God zeggen we toch: „Neen zonde, gij zijt uit den duivel, ik wil u niet meer dienen. Ik dien mijn Heiland".

De zonde is niet bestand tegen de kracht der genade. Ik heb het broeder Vetter zoo goed hooren zeggen: „De zonde is er van buiten in gekomen, ze hoort niet bij onze natuur. Dus kan ze er ook weer uit". Dat is heerlijk. Laten we ze uitleveren voor den Heer en dan aanvaarden de genade der vrijmaking. Die moet ge ontvangen. Wat is ontvangen? Vele menschen zeggen: „Ja, dat kan ik mij niet geven, dat moet ik ontvangen". Ja maar wat is ontvangen? 't ls: in ontvangst nemen. Dat we toch eindelijk eens zeggen: „Heb dank dat Gij mij hebt vrijgemaakt."

Als Hij dan rondom ons is als een muur kan de zonde niet meer tot ons komen, maar stuit op Christus en deert ons niet, want wij zijn omgeven door Christus.

Laat ons Hem geen smart bezorgen door ons ongeloof. Hij is een Voorspraak bij den Vader, onze hemelsche Advocaat. En er is nog nooit zoo'n vuile zaak in Zijn handen gegeven die niet door Hem gewonnen is.

Vers 7: „Indien wij in 't licht wandelen, hebben we gemeenschap met elkander." Daar wordt zoo tegen gezondigd. Dat is ook een zonde, die we uit te leveren hebben.

Lang geleden liep ik met een Roomsch man. Na met hem gesproken te hebben van den Heere Jezus zei hij: „Weet u wat we moeten doen?" „Ja," zei ik, „elkander van onze gebreken afhelpen".

Laatst kwam iemand tot mij: „Ge moest eens weten wie hij was". „Zoo, en hebt ge 't hem al gezegd?" „Daar zal ik wel voor oppassen. Dan komt er zoo'n storm".

Die achterklap is van den duivel.

Maar laten we ons door Hem reinigen ook van deze zonde, dan zullen we voortgaan om straks te zamen in heerlijkheid Hem te aanschouwen en te verheerlijken. Amen.

Te 8 uur trad Pastor Dallmeyer op en las 't tekstwoord: Hos. 5:12 — 6:3.

Ons onderwerp is: „Hoe God zich aan een mensch openbaart."