is toegevoegd aan uw favorieten.

Toespraken van H. Dallmeyer en anderen, gehouden op de Conferentie in de Weteringkerk te Amsterdam, 1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen wet dan de wet des (ieesles. En „Zijne geboden zijn niet zwaar".

„Ik zal Mijn (leest geven in het binnenste van 11". leder mensch heeft zijn geest. De natuurlijke mensch heeft den geest Van ontucht; van toorn, van zelfzucht, van hoogmoed. Van ieder mensch gaal een invloed uit.

I)e Geest heeft Zijn eigenschappen.

De Geest van God is een Geest des geloofs. Velen hebben in deze dagen een geest des ongeloofs, ze kunnen niet gelooven. Als ze den Geest Aan God hebben, kunnen ze gelooven. Dan kunnen ze gelooven dat Christus is de Zoon van God, dat Hij is opgestaan en dat Hij leeft. Gods woord is Zijn woord. Hel is dan natuurlijk om te gelooven.

We kunnen dan ook 't Woord in ons opnemen. De Geest Gods heeft den Bijbel geschreven. Als ge den Geest Gods hebt, kunt ge dat aannemen. Want de Geest Gods is de Geest des geloofs.

Ook de Geest des gebeds. „Wij weten niet wat we bidden zullen gelijk het behoort, maar de Geest zelf bidt voor ons" (Rom. 8:26). We bidden allen. Velen zoo uiterlijk. Rij sommigen bestaal het alleen daarin dat zij den hoed even onder den neus houden, hidf rink nipt als qp uit cewnnntp '1 Onze Vader" liiril nf 'f tre-

bedje opzegt dat ge in uw jeugd geleert hebt, of als ge leest uit een gebedenboek. Dit kan wel uit den Geest zijn, maar 't is dikwijls niet het geval.

Wie den Geest Gods heeft, heeft den Geest des gebeds. De H. Geest legt den last op onze harten en we moeien bidden. Niet voor den vorm.

Voor kort kreeg ik een briefkaart van een katholieke vrouw; ze onderteekende: „Uwe dankbare katholieke". Ze had haar kapelaan gevraagd of ze de samenkomst mocht bezoeken. „Ja," zei deze, „als er maar niet tegen de kerk wordt gepreekt." De vrouw kwam tot bekeering, ze was gelukkig in haar Heiland. Ze ging met haar bijbel naar den kapelaan en zei: „Ik heb den Heiland gevonden." „Dat verblijdt mij, dan heb ik tenminste één ziel met wie-ik kan bidden", was't antwoord. Hij wist wat bidden was. Duizenden zijn er die hun oogen kunnen sluiten en hun handen vouwen. Maar deze vrouw kon bidden.

Indien ge den H. Geest hebt, kunt ge bidden. Gij kunt door den H. Geest liefhebben en die liefde houdt niet op omdat ze uit God is.

Indien ge niet uit liefde offert hebt ge den Geest niet.

Is de liefde Gods in onze harten uitgestort, dan bedekken we de fouten van anderen en trachten nooit te scheiden. Hebt ge met dezen of genen den band der gemeenschap verbroken? Knoop dien weer aan. Dat we in ons hart de liefde van Christus mochten ontvangen in haar breedte, en lengte, en diepte, en hoogte!

De liefde van Jezus is zoo diep dat zij komt onder iederen zon-