is toegevoegd aan uw favorieten.

Met Jezus op den berg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het laat zich van zelf verstaan dat de wereld, zoowel de godsdienstige als de ongodsdienstige, de geloovige als de ongeloovige, tegen niets zoo gebeten is als tegen den eisch, dat men gewoonten, die in strijd zijn met de heilige eischen van Jezus Christus, zal loslaten, en zich overgeven aan den Heilige en Rechtvaardige.

Welke scheldnamen heeft men niet uitgedacht voor de discipelen des Heeren, die weigeren de onheilige gewoonten der wereld over te nemen!

De Heiland noemt het lijden dat door een heilig leven wordt uitgelokt, een lijden om Zijnentwil, (vs 11).

Waarom? Omdat het uit gehoorzaamheid jegens Hem is, dat Zijn discipel alzoo lijdt. De Vorst rekent zichzelven den smaad toe, dien de vijand Zijn onderdanen of gezanten aandoet. Zoo rekent Jezus Christus nu in de heerlijkheid zich het lijden toe, dat de wereld den discipelen die Hem gehoorzamen aandoet. Herinner u Zijn vraag aan den vervolger voor de poort van Damaskus: „Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij?"

Maar er is nog een nauwer betrekking tusschen den alzoo lijdenden discipel en zijn Heer. Waartoe is Hij, de eeuwige Zoon des Vaders, vleesch geworden? Waartoe heeft Hij op aarde geleefd, geleerd en geleden? Waartoe heerscht Hij nu aan 's Vaders rechterhand? Om Gods Koningrijk op aarde te vestigen, met andere woorden, om Zijn eigen heilig leven op aarde algemeen te doen worden! Hij wekte tot niets goeds op, dat Hij niet zelf betrachtte. Hij bedoelde op aarde en bedoelt nu in den hemel, in de eerste plaats, Gods Koningrijk en gerechtigheid (Matth. 6:33). En door wie werkt Hij dit doel uit? Door Zijne discipelen!

't Is Zijn eigen heilig leven, dat Hij, van oogenblik tot oogenblik, aan Zijne discipelen mededeelt, om het door hen aan anderen mede te deelen, totdat Gods koningrijk

3