is toegevoegd aan uw favorieten.

Met Jezus op den berg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God en zijn volk, den geest vertoonde, die in zijne volkomenheid wordt gezien in Jezus Christus als Middelaar tusschen God en mensch.

Als Mozes Israël een volk van Koningen en Priesters noemt, dan ligt in dit woord, als kiem, de hoogste voorstelling van 't Koninkrijk der hemelen opgesloten, (Exod. 19:6; 1 Pet. 2:5).

Door dit woord van Mozes te komen vervullen, sticht Jezus het Koninkrijk der hemelen — het hoogste dat zich de Vader in de schepping en verlossing des menschen heeft voorgesteld.

Eén sleutel — één wortelwaarheid — verklaart Mozes en Christus, omdat wat beiden zijn en leeren daaruit is opgewassen, namelijk, de betrekking tusschen God en mensch die de volmaakte liefde eischt tot God en den naaste. Met deze waarheid staan of vallen zoo wel Mozes en de profeten als Jezus Christus.

Intusschen, behoudens alle eenheid tusschen Mozes en Jezus Christus, komt het eindelijk tot de grens waar alle vergelijking tusschen beiden ophoudt, en de tegenstelling een volstrekte tegenstelling wordt.

Wat Mozes gebiedt en profeteert, dat schept Christus. Hij is de Schepper der bedeeling die Hij invoert. Zij is uit Hem. Zij is Zijn gewrocht. Zij bestaat uit, en in, en door, en tot Hem.

Een ander dan Mozes — een ander individu onder de menschen — had Israëls wetgever en profeet kunnen zijn; maar niemand dan Jezus Christus kon de Verlosser der wereld worden.

Niemand dan Jezus Christus kon zijn het Hoofd der menschheid — de Zoon des Menschen.

Niemand dan Jezus Christus kon betuigen, dat uit Hem het eeuwige leven toevloeit aan allen die zich aan Hem toevertrouwen.