is toegevoegd aan uw favorieten.

Met Jezus op den berg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De discipelen moesten tot Gods zonen opwassen, om 's Vaders karaktertrekken aan de wereld duidelijk te vertoonen, en met verstand van zaken 's Vaders rijksbelangen te behartigen.

Zij kunnen geen zonen worden, zonder kinderen te zijn; maar de kinderen worden niet maar zoo van zelf waardige zonen.

Hoe edeler de plant of het dier is, des te edeler zorg is er van noode om ze te doen worden, wat zij wezen moeten: hoe zou dan het kind des hemelschen Vaders maar zoo van zelf tot een zoon kunnen opgroeien, die als zoon den vader gelijkt, en 's vaders zaken waarneemt?

Het kind van God moet de edelste opvoeding die wij ons denken kunnen, genieten, om een waardige zoon van God te worden.

Die opvoeding is door en door een godsdienstig zedelijke. Zij bedoelt de vorming van het godsdienstig zedelijk karakter.

En wat is het voorname bestanddeel in deze opvoeding ? 'tls het streven om God in Zijne liefde te evenaren, 'tls niet bij toeval dat Jezus Christus juist daar, waar Hij van deze liefde spreekt, zegt: „opdat gij moogt zonen worden van uw Vader die in de hemelen is."

En waarom is dit streven in de opvoeding van het kind tot zoon zoo gewichtig? Omdat Gods liefde de samenvatting is van alle Gods zedelijke eigenschappen, en vooral omdat het streven daarnaar het kind tot den edelsten strijd en den edelsten arbeid roept.

't Is onmogelijk te jagen naar gelijkvormigheid aan Gods liefde zonder in strijd te komen met de zelfzucht die in ons vleesch wortelt, en in de wereld heerscht.

En 't is onmogelijk te ontkomen aan de macht der zelfzucht in ons, zonder met de ongelukkige wereld medelijden te hebben, en aan haar behoud te arbeiden. Maar juist deze arbeid wekt den tegenstand van hare zelfzucht op.