is toegevoegd aan uw favorieten.

Met Jezus op den berg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXI.

ONZE HEMELSCHE VADER.

Matth. 6:9. Gij dan bidt aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt.

Tien malen wordt onze God in de Bergrede: onze Vader die in de hemelen is of: onze hemelsche Vader genoemd. Niet alsof Hij wel in den hemel en niet op de aarde is. Hij is op aarde niet minder tegenwoordig dan in den hemel. Gij leeft, beweegt u en zijt in Hem. Gij kunt u van Hem niet losmaken. „Waar zoudt gij heengaan voor Zijn Geest? en waar zoudt gij heen vlieden voor Zijn aangezicht? Zoo gij opvoert ten hemel, Hij is daar; of beddet gij u in de hel, zie Hij is daar. Naamt gij vleugelen des dageraads, woondet gij aan 'tuiterste der zee; ook daar zou Zijne hand u geleiden, en Zijne rechterhand u houden."

Gods alomtegenwoordigheid op aarde wordt door 't gebed waartoe de Heiland u opwekt verondersteld. Uw God is niet alleen bij u als gij met anderen samen zijt, maar ook en niet het minst als gij alleen in uw binnenkamer u bevindt. „Hij, die u daar in 't verborgene ziet bidden, zal het u in 't openbaar vergelden." Een apostolische vader noemde zich eens Ghristophorus — een die Christus overal met zich mededraagt; en zoo kunt gij u Theophorus noemen — een die zijn God overal met zich mededraagt. Gods Geest is zoo na aan uwen geest, dat Hij iedere zucht tot God in u bespeurt, waar die ook wordt geslaakt; ja Gods Geest is u zoo nabij, woont zoo in u, dat Hij de oorzaak is van elk gebed en elke zucht die opklimt tot God. Het behoort tot uwe gelukzaligheid, als kind van

15