is toegevoegd aan uw favorieten.

Met Jezus op den berg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXIII. UW KONINGRIJK KOME.

Matth. 6 : 10. Uw koningrijk kome.

Bij deze bede moesten de discipelen denken aan de tegenstelling tusschen Gods rijk en 't Romeinsche rijk.

Het kon niet anders. Er was een heidenschgezinde partij in Israël, die hare kracht vond in 't feit, dat Rome over Palestina heerschte.

De Romeinen hadden een einde gemaakt aan de onafhankelijkheid van Israël. Zy hadden voltooid wat begonnen was met den ondergang van 't rijk der tien stammen door middel der Assyriërs.

De groote wereldrijken hebben, sedert dien tijd, allen hun aandeel gehad aan de vernietiging van Israëls nationale onafhankelijkheid.

'tWas voor de discipelen duidelijk dat geen uiterlijk Israëlitisch koningrijk op aarde, op den duur, naast een der wereldrijken kon bestaan. De geschiedenis had getoond, dat het moet zijn öf het Davidische rijk öf het wereldrijk^ maar niet: èn het Davidische rijk èn het wereldrijk.

En nu dachten de discipelen dat de tijd naderde, dat God het wereldrijk, dat het Davidische rijk had ontbonden, op zijne beurt ontbinden, en het Davidische rijk tot de algemeene heerschappij op aarde zou verheffen.

Hoe meer zij onder den indruk kwamen van Jezus' macht over de natuur en over menschen en geesten, des te meer werd de verwachting in hen versterkt, dat Jezus, die de zoon van David was, naar de profetieën het Davidische rijk herstellen en tot eere brengen zou.

Vooral sedert de opwekking van Lazarus klom deze hoop