is toegevoegd aan uw favorieten.

Met Jezus op den berg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo was de hemelsche orde der dingen — ik spreek naar den mensch — het oorspronkelijke beeld, dat God nabeeldde, toen Hij de aardsche schepping tot stand bracht, en dat Hij steeds in 't oog houdt, terwijl Hij de orde der geschapene dingen tot voltooiing brengt.

Ik noem, naar aanleiding dezer bede, de [aardsche schepping bij name; maar zij is één met de sterrenwereld, ja met de gansche schepping. Wat van haar waar is, dat is waar van de gansche schepping, namelijk, dat zij kopie is van een hemelsch origineel.

Dit origineel is de hemelsche heerlijkheid, die als een voor ons ontoegankelijk licht God omgeeft (1 Tim. 6:16).

Woonde God niet in zulk een hemelsche wereld, dan zou Hij niet in een lagere wereld hebben doen wonen. Het hooger en oorspronkelijk beeld was aanleiding tot het lagere tegenbeeld. Zonder het origineel laat zich de kopie niet denken.

Zoo konden er geen schepselen zijn, die Gods zonen worden genaamd, was niet de Eeuwige Zoon daar. Hij is het oorspronkelijke, waarvan zij de afbeeldsels zijn.

Gelijk elke zoon van God naar zijn origineel, namelijk, den Zoon van God, terugwijst, zoo wijst de aardsche schepping terug naar haar origineel, namelijk, de hemelsche schepping.

Hierdoor ontstond de innigste verwantschap tusschen de aarde en den hemel. Denk u deze verwantschap weg, en deze bede verliest haar eigenaardige beteekenis.

Zonder deze verwantschap, kan de wil van God, als die op aarde geschiedt, niet iets genoemd worden, dat gelijkt naar den wil van God, zooals die in den hemel geschiedt.

Hemel en aarde zijn niet strijdige en onverzoenlijke termen. De hemel is 't hoogere en de aarde het lagere, maar beiden zijn, in den grond van hun wezen, van één soort.