is toegevoegd aan uw favorieten.

Met Jezus op den berg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Heiland sprak deze bede uit in 't bewustzijn, dat weldra de laatste hinder zou weggedaan zijn, en Gods Geest op de aarde voort- en doorwerken zal, tot dat Gods wil op aarde geschiedt, gelijk in den hemel.

Het gansche doel van Christus komst was om de aarde, als 't ware, aan den hemel terug te geven — om beide, hemel en aarde in Hem tot één te maken (Ef. 1:10).

Kon de Satan den hemel zijn binnengedrongen, om daar orde in wanorde te veranderen; dan was — ik huiver het te zeggen — hij machtiger dan God, en in de plaats van onzen God, was hij God geworden. Maar hij moest van daar op een eeuwigen afstand blijven. Die hemelsche heerlijkheid — dat heilige der heiligen — kon hij niet binnendringen.

En zoo kon hij God niet beletten van uit Zijn heerlijkheid in Zijn genade voort te gaan, om uit het Zijne aan 't gevallen schepsel, wat noodig was, mede te deelen; bij name den Heiligen Geest.

En zoo min de satan het hemelsche kon aantasten, zoo min zal hij God beletten het aardsche, zoo ver het zich door God laat redden, naar 't hemelsche te doen gelijken.

Het voortbestaan van 't hemelsche, waarborgt ons de uiteindelijke voltooiing van Gods verlossenden arbeid.

Zoo volkomen thans in de hemelen Gods wil geschiedt, zóó volkomen zal die eenmaal op de nieuwe aarde geschieden.

Dan zijn hemel en aarde één. Dan is de aarde hemelsch geworden.

Zie het in Jezus Christus. Hij heeft zich niet losgemaakt van 't lichaam, dat Hij uit de aarde had ontvangen, en dat uit de aarde werd opgebouwd. Hij is niet zonder lichaam ten hemel gevaren. Het hoogtepunt in zijn aardsche geschiedenis, de voltooiing er van, was Zijn opstanding uit de dooden. Toen ging, door den Geest, ook Zijn lichaam