is toegevoegd aan uw favorieten.

Met Jezus op den berg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bede, die reeds eeuwen lang voortduurt, de dag aanbreekt dat op den ganschen aardbodem niet één mensch lijdt aan broodsgebrek.

„Geef ons heden." Wij loopen niet bezorgd vooruit. Maar wij maken ook niet den eenen dag van den anderen dag los. Alle levensdagen zijn één levensdag, één doorloopend heden.

Heden geeft God ons het brood, door wat Hij gisteren voor ons deed, en morgen, door wat Hij heden voor ons doet.

Zoo leeft de mensch grootendeels van den arbeid van het voorgeslacht.

De tijden en de menschen hangen van elkander af, en maken tezamen een geheel uit.

„Geef ons heden ons dagelijksch brood." Wij vragen niet meer dan wij noodig hebben. Wij durven het niet. Toch is het Gods wil, dat velen meer zullen hebben dan zij voor 't oogenblik behoeven, en heeft Hij hun menige heilzame les te leeren, in 't beheeren en besteden van wat Hij hun toevertrouwt.

In alle geval mag niemand wat God hem in 'taardsche geeft, aangezien als meer dan wat tot het dagelijksche behoort. Het behoort niet tot het eeuwigblijvende, hoewel het daaraan dienstbaar, en daarvan het onderpand is.

„Geef ons heden ons dagelijksch brood." Wij vragen om voedsel, niet om weelde. Wij vragen om wat het lichaam opbouwt, niet verwoest.

Wij kunnen het goede zoo overdadig gebruiken, dat het ons niet langer goed, maar kwaad doet, en voor ons geen dagelijksch brood is.

Wij kunnen ook spijzen en dranken genieten, die niet samenstemmen met de natuurlijke behoeften van 't lichaam, en lichaam of geest, of alle bei, beschadigen. Deze dingen zijn niet het brood, dat de hemelsche Vader aan Zijne kinderen geeft.