is toegevoegd aan uw favorieten.

Met Jezus op den berg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot ons spreekt. Het hoorend oor is Gods eerste genadegave aan ons.

Zoolang het ons aan dit hoorend oor ontbreekt, kan Gods Geest geen stap doen ter onzer redding.

Herinner u 't woord der Schrift: „hoor, en uwe ziel zal leven"; „die ooren heeft om te hooren, die hoore wat de Geest tot de gemeente zegt."

Denk aan 's Vaders woord tot ons, ten opzichte van Zijnen Zoon: „hoort Hem".

Men kan hooren alsof men niet hoort. Zoo ging het velen, die de bergrede hebben aangehoord. Zoo ging het duizenden, die Jezus dikmaals hadden gehoord, 't Is mogelijk, 't waarschijnlijk, dat het een en ander dat Hij sprak, hunne aandacht trok, door de schoonheid ervan hen boeide, door de kracht er van hen roerde. Maar het ging weer verloren tusschen de vele stemmen van hun vroolijk of neergedrukt leven. Andere dingen heerschten over hen. Na Jezus gehoord te hebben, bleven zij waar en wat zij waren vóór zij Hem hadden gehoord.

Hoe anders was het met hen, bij wie onder 't hooren van Jezus' rede het innerlijk oor open ging, om te luisteren naar den innerlijken, den hoogeren, den waarachtigen zin Zijner woorden.

Bij hen stierven Zijne woorden niet weg in 't verstand, 't geheugen en de verbeelding: maar drongen zij door tot hart en geweten, tot het diepe besef van de eeuwige behoeften, die Hij kwam bevredigen.

Bij hen was er een klankbord, dat den weerklank liet vernemen van wat de Heiland sprak.

Hun geest hier binnen vertolkte aan 't verstand en 't hart, wat Gods Geest tot hun geest door de woorden des Heeren had gesproken.

Gods Geest getuigde in hen, en ook hun geest getuigde wat Gods Geest in hen had getuigd.