is toegevoegd aan je favorieten.

De weg tot heiligheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voerden; ja, zoover van vergelding verwijderd is, dat Hij niet eens terugspreekt, maar bidt: „Vader, vergeef het hun."

Hij ziet de schoonheid van Gods heiligheid en bemint ze. Hij ziet zijn vroegere verdorvenheid in al haar uitgestrektheid en belijdt ze en walgt ervan. Vroeger dacht hij wel eenige natuurlijke goedheid te bezitten, nu weet en belijdt hij, dat „het gansche hoofd is krank en het gansche hart is mat. Van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve; maar wonden en striemen en etterbuilen." (Jes. 1 : 5, 6.)

Hij ziet al zijn verkeerdheden. Vroeger meende hij, dat op aarde geen heilige woonde, want in het oog van ieder mensch zag hij nog wel een splinter, doch nu ontdekt hij dat er vele heilige mannen en vrouwen zijn en bemerkt hij, dat de splinter in het oog van zijn buurman de schaduw was van de balk in zijn eigen oog.

Een ernstig, geheiligd man zeide eens tot mij: „Er is een tijd geweest, dat ik meende onmogelijk sommige zonden te kunnen bedrijven; maar de Heilige Geest heeft mij aangetoond hoe ontzettend bedriegelijk mijn hart is, en ik zie nu, dat, voordat Hij mij reinigde, alle kiemen van ongerechtigheid in mij waren, en als Gods bewarende genade niet daar was geweest, dan zou er niet één zonde geweest zijn, die ik niet had kunnen begaan, en geen diepte van zedelijke verlaging, waartoe ik niet had kunnen verzinken."

Iemand, die aldus zijn eigen hart heeft leeren kennen, kan gewasschen worden in het dierbaar Bloed, hij kan een rein hart krijgen en zal nooit tot iemand anders zeggen: „sta gij hier, want ik ben heiliger dan gij"; maar, denkende aan zijn eigen vorigen toestand, zal hij hem wijzen op het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.

Ware nederigheid maakt een mensch bijzonder aangenaam voor God. Luister naar hetgeen Jesaja zegt: „Want alzoo zegt de Hooge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont en Wiens Naam heilig is: Ik woon in de hoogte en in het heilige en bij dien, die van een verbrijzelden en nederigen geest is; opdat Ik levend make den geest der nederigen en cpdat Ik levend make het hart der verbrijzelden." (Jes. 57 : 15.)

Jezus zeide: „Wie zichzelven verhoogen zal, die zal ver» nederd worden; en wie zichzelven zal vernederen, die zal verhoogd worden." (Matth. 23: 12). En elders: „God wederstaat