is toegevoegd aan uw favorieten.

De weg tot heiligheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk XI.

HEILIGHEID EN LIEFDE VOOR ZIELEN.

Volg Mij en Ik zal u visschers van menschen maken," zeide Jezus tot Petrus en Andreas; en evenals toen,

//

is het nu nog, als Jezus een ziel redt, wenscht die ziel anderen te vangen, wil zij ook anderen gered zien! Heiligheid vermeerdert dit verlangen en doet het hoog opvlammen.

De ijver van andere menschen is nu eens groot, dan klein, ja verdwijnt soms geheel, doch de ijver van een man met een rein hart, vol des Heiligen Geestes, neemt van jaar tot jaar toe. Anderen verlaten den bidstond, hij bidt, en houdt vol. Anderen bedroeven zich niet als er geen zielen gered worden, hij gevoelt dat hij zielen moet zien gered worden of sterven. Anderen raken in 't vuur voor allerlei groote dingen: theesamenkomsten, uitstapjes, muziekfeesten; niets doet hem meer goed dan een bidstond, waarin zielen tot God roepen om vergiffenis en reiniging, en waar anderen juichen van vreugde.

En deze ijver voor de redding en heiliging van anderen, leidt hem er toe om iets te doen om hen te bereiken. Hij laat zijn licht schijnen. Hij spreekt niet slechts tot de menschen van af het platform of preekstoel in algemeene bewoordingen, doch hij zoekt ze persoonlijk op en spreekt met hen, waar hij ze ook vindt. Heiligheid maakt het hem gemakkelijk dit te doen. 't Is zijn lievelingswerk. Hij ervaart, dat als hij den Geest volgt, de Heer zijn mond met waarheid vervult en hem iets te zeggen geeft.

Vele jaren geleden hield een jonge man, die vervuld was met den Heiligen Geest, eenige minuten bij een waterput stil om zijn paard te drinken te geven. Terzelfder tijd kwam daar ook een vreemdeling met hetzelde doel. Ongeveer vijf minuten sprak de jonge man tot den vreemdeling met een hart vol liefde over