is toegevoegd aan uw favorieten.

Van de zigeunerstent naar het spreekgestoelte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijn vader verdiende zijn dagelijksch brood met liet vlechten van manden en rieten stoelen, liet maken van kapstokken en blikken voorwerpen. Toen hij nog niet bekeerd was, „vond" hij de wilgen voor manden en stoelen en ook het hont voor de kapstokken. De Zigeuners koopen dan alleen, als ze het noodige niet „vinden" kunnen. Mijn vader had het mandenvlechten geleerd van zijn voorouders ; bovendien was hij nog paardenkoopman, een bedrijf, waarin de Zigeuners zeer bekwaam zijn, want ze zijn goede paardenkenners en mannen van zaken op dit gebied.

De Zigeuners vrouwen en kinderen verkoopen wat de mannen vervaardigen. Toen wij nog klein waren, zorgde moeder voor den verkoop. De vrouwen zijn de reizigers, de mannen de fabrikanten.

De mandenmakerij, die de Zigeuners zoo lang reeds beoefenden, neemt nu een einde, daar ze de manden goedkooper kunnen koopen dan maken, en zoo beperken ze zich tot het verkoopen der manden, maar houden zich toch nog gaarne bezig met het herstellen van manden en stoelen. De vrouwen zorgen voor den verkoop, maar ik vrees, dat ze hun voorwerpen dikwijls alleen maar bij zich hebben als voorwendsel en ze daarbij met waarzeggerij zich bezig houden. Ik durf echter ook beweren, dat de „Gorgios" hen grootendeels daartoe hebben gebracht, omdat zij als Westerlingen dachten, dat de Zigeuners als Oosterlingen die kunst kennen. De Zigeuners echter weten heel goed, dat waarzeggerij bedrog is, maar trekken gaarne profijt uit het bijgeloof der Gorgios. — Dat de Zigeuners ook kinderen zouden stelen, is geheel