is toegevoegd aan uw favorieten.

Van de zigeunerstent naar het spreekgestoelte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onwaar; waarom zouden ze het doen ? ze hebben er zeiven genoeg. Een oom van me had er 25, een oudoom 35.

Opvoeding of schoolonderwijs heb ik niet genoten, ook van de beschaving der Gorgios leerde ik niets kennen ; ik groeide wild op en verheugde mij over mijn jong leven, gelijk de vogelen in de lucht en de lammeren op de weide, en mij gevangen te houden ware al even moeilijk geweest als het vangen van wilde konijntjes. De boomen in het bosch, de bloemen op het veld waren mijne vrienden en met de dieren stond ik op vertr ouwelij ken voet, zoodat de wilde konijntjes mij wel eens volgden tot bij onze Tent, en al had ik niet veel nut van dezen omgang, zoo werd daardoor mijn hart toch medegevoelend en deelnemend.

De dood van mijn moeder eerst wekte in mij het zelfbewustzijn op. Deze droeve gebeurtenis heeft mijn hart een wonde geslagen, die tot op deze ure, en ik ben nu toch tot op den middelbaren leeftijd gekomen, nog niet geheeld is ; en dikwijls verlang ik vurig naar mijn vroeg gestorven moeder. „Rodney, ge hebt geen moeder meer", — dat was het eerste wat indruk, wat een onuitwischbaren indruk op mij maakte.

Mijne Moeder.

We hielden ons op in Hertfordahire. Mijn oudste zuster werd plotseling krank en mijn vader haastte zich, om met onzen wagen de naastbijgelegen stad te bereiken, om daar een dokter voor zijn kranke kind te halen. Ik herinner mij nog alsof het pas gisteren geweest ware, hoe onze Zigeunerwagen voor des dokters huis aankwam.